Menu Zoeken English

8 voor de renovatie-expert

Publicatiedatum: 17 oktober 2018

Het duurzaam renoveren van woningen is een vak apart.

Toon:

Het duurzaam renoveren van woningen is een vak apart. Het vindt plaats in een bestaande situatie, heeft impact op lopende processen en vergt kennis van oude technieken gecombineerd met nieuwe oplossingen. Dit betekent dat je hier mensen goed voor moet opleiden. In de bouwpraktijk heeft de focus echter altijd op nieuwbouw gelegen, dus die opleidingskennis ontbreekt. Met het project ‘De Renovatie-Expert’ haken we met de inzet van afstudeerders de kennisontwikkeling op het gebied van renovatie van praktijk en onderwijs in elkaar.

Zes afstudeerders gaan de komende periode bij verschillende corporaties in de regio aan de slag met dezelfde hoofdvraag over de vormgeving van de energietransitie in de gebouwde omgeving. Dit doen ze vier dagen in de week bij de corporaties en één dag per week op RDM bij Kenniscentrum en CoE. Op die dag presenteren ze hun vorderingen, wisselen ze ervaringen uit en wordt hun renovatiekennis bijgespijkerd door de lector Haico van Nunen of door praktijkpartners. Naar aanleiding van het leertraject van de studenten kunnen zowel
aanvullingen worden gedaan aan het curriculum van de opleiding als aan de benadering van het energievraagstuk bij de corporaties.

De energietransitie gaat grote gevolgen hebben voor de stad. In Rotterdam speelt het warmtenet een grote rol in de energielevering, maar ook andere oplossingen behoren tot de mogelijkheden. De verdeling van de infrastructuur is nog niet definitief bekend, maar toch kunnen de woningcorporaties nu niet achteroverleunen. Hun werk gaat door en ze moeten nú de juiste keuzes maken voor de toekomst. De corporaties in de regio Rotterdam – Den Haag zijn op diverse manieren bezig om zich voor te bereiden op die transitie. Op projectniveau, maar vooral ook op strategieniveau. 

De (hoofd)vraag waar ze allen mee zitten is:
‘Welke maatregelen kunnen corporaties op dit moment nemen in de energietransitie om op woning-, complex- of buurtniveau passende maatregelen te treffen, voor nu en de toekomst, passend binnen het beleid van woningcorporaties?’

Deze vraag is tot stand gekomen aan de hand van gesprekken met individuele corporaties. Ieder van deze corporatie heeft daarin een eigen focus aangegeven, die in de volgende deelvragen tot uitdrukking komen:
-    Wat betekent een energietransitie voor een wijk, en hoe spelen de door de corporatie toegekende ‘transitie labels’ per complex hierin een rol? (Havensteder).
-    Hoe kan de corporatie, gegeven de te verwachten warmte strategie,  werken aan de minimaal benodigde aanpassingen in een complex, met een concreet project als voorbeeld? (Vestia)
-    In hoeverre is het mogelijk om een mutatiepakket (per woningtype) te maken dat een woning gereed maakt om (later) op een warmtenet aan te sluiten. (Woonstad)
-    In hoeverre kan een aanpak ontwikkeld worden, voor bijvoorbeeld de vooroorlogse wijken, waarbij woningen volledige gereed gemaakt worden voor aansluiting op een warmtenet, waarbij in afwachting van dat warmtenet, er nu al wel lokaal warmte wordt geleverd. (Woonstad)
-  Wat is de beste te volgen energie strategie voor een flatgebouw, gelegen in een van de proeftuinen Aardgasvrije wijken (Staedion)
-  Hoe kunnen energiemaatregelen geïmplementeerd worden bij de doelgroep particulieren, zonder daar spijt van te krijgen? (Gemeente Rotterdam)
In alle bovenstaande vragen gaat het om veranderingen teweeg te brengen.  En bij  alle onderzoeken ging het niet alleen om het specifieke project, maar de achterliggende vraag: wat kan ik als organisatie doen om de energietransitie verder uit te rollen over de stad.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.