Ga direct naar de content

Dr. Amos van Gelderen

Lector Taalverwerving en Taalontwikkeling

Sinds 1 januari 2010 is hij lector Taalverwerving en Taalontwikkeling bij het Instituut voor Lerarenopleidingen van Hogeschool Rotterdam. Bij Kennsicentrum Talentontwikkeling begeleidt hij verschillende onderzoeksprojecten op het gebied van taalverwerving en taalonderwijs zowel met externe subsidies als met interne subsidies. Hij was lid van de expertgroep doorlopende leerlijnen (Cie Meijerink) en heeft meegewerkt aan het adviesrapport voor de referentieniveaus Taal.

Amos van Gelderen (doctoraal psychologie 1982) is vanaf 1985 werkzaam als onderzoeker taalonderwijs. Hij is gepromoveerd in 1992 op een onderzoek naar de beoordeling van spreekvaardigheid van leerlingen aan het eind van de basisschool. Daarnaast deed hij onderzoek in basis-, voortgezet en beroepsonderwijs voor diverse vakonderdelen van het onderwijs Nederlands (als eerste en tweede taal), het vreemde-talenonderwijs en op het gebied van de relaties tussen taal- en zaakvakonderwijs. Verder was hij betrokken bij leerplanontwikkeling en het ontwerp van taalmethoden. Momenteel is hij projectleider van het aandachtsgebied "Literacy development of at-risk adolescents in multilingual contexts: A Tale of Three Cities". Sinds 1 januari 2010 is hij lector Taalverwerving en Taalontwikkeling bij het Instituut voor Lerarenopleidingen van Hogeschool Rotterdam. Bij Kennsicentrum Talentontwikkeling begeleidt hij verschillende onderzoeksprojecten op het gebied van taalverwerving en taalonderwijs zowel met externe subsidies (Onderwijsbewijs. RAAK-PRO) als met interne subsidies (m.n. vier promotieprojecten van docenten van IvL en ISO). Hij was lid van de expertgroep doorlopende leerlijnen (Cie Meijerink) en heeft meegewerkt aan het adviesrapport voor de referentieniveaus Taal. Tevens is hij programmavoorzitter van de jaarlijks terugkerende HSN conferentie over de rol van Nederlands in basis- voortgezet en hoger onderwijs.

Taalverwerving en taalontwikkeling

Taalverwerving en taalontwikkeling zijn in de context van het Rotterdamse onderwijs zeer belangrijke thema's. In de eerste plaats is dit het gevolg van de grote aantallen immigranten die in Rotterdam wonen, waardoor de beheersing van het Nederlands in de stad en in de scholen niet meer vanzelfsprekend is. Veel Rotterdammers van jong tot oud hebben dus behoefte aan ondersteuning bij de verwerving van het Nederlands. Bij jonge kinderen vindt deze noodzakelijke ondersteuning vaak plaats in de context van de Voor- en vroegschoolse Edicuatie (VvE), bij oudere kinderen betreft het vooral het taalonderwijs in basis- en voortgezet onderwijs en bij volwassenen gaat het vaak om een complex van leerachterstanden die ook wel aangeduid wordt met de term 'laaggeletterdheid' waarbij vooral buitenschoolse oplossingen geboden moeten worden (op het werk of in speciale cursussen). Daarnaast is er ook een ernstig probleem bij de taalverwerving van studenten in het hoger onderwijs. Hierbij gaat het niet alleen om de beheersing van spelling en grammatica bij het schrijven van scripties, maar vooral ook om het verwerven van beroepsspecifiek taalgebruik, publieksgerichte schrijfvaardigheid en (vooral bij de lerarenopleidingen) voorbeeldige en heldere mondelinge communicatie.

Het aandachtsgebied richt zich op een multidisciplinaire aanpak van vraagstukken op het gebied van taalontwikkeling, waarbij leer- en ontwikkelingspsychologische, onderwijskundige, taalkundige en sociologische inzichten van belang zijn. Belangrijke onderwerpen zijn bijvoorbeeld de effectiviteit van vakdidactiek voor taalonderwijs (zowel Nederlands als Vreemde Talen) in verschillende onderwijstypen, vroegtijdig onderwijs Engels, curricula voor taalonderwijs, taalgebruik in andere vakken dan Nederlands, taalbeleid in voortgezet en hoger onderwijs, de rol van taal in de thuissituatie en de rol van taal bij het leren. In al deze thema's gaat het om taalvaardigheden in brede zin, met speciale aandacht voor leesvaardigheid, schrijfvaardigheid, mondelinge taalvaardigheid, grammatica en woordenschat. Er wordt gebruik gemaakt van empirische onderzoeksmethoden, waarbij de nadruk ligt op kwantitatief onderzoek met gebruikmaking van geavanceerde statistische analysemethoden, maar waarbij ook kwalitatieve methoden gebruikt worden.

Amos van Gelderen is werkzaam binnen de onderzoekslijn Optimalisering Leerprocessen.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.