Twee aspecten
Bij toetsing en beoordeling zijn er twee aspecten die aandacht verdienen: de taligheid van toetsen en het bewust toetsen van talige vak- en beroepscompetenties.
Elke toets doet een beroep op taalvaardigheid. Dit kan taalvaardigheid zijn die gerelateerd is aan de kennis of beroepscompetentie die centraal staat in de toets, maar het kan ook om meer algemene studietaal en zogeheten academische taalvaardigheid gaan.
Wanneer een student de toetsvraag of -opdracht niet goed begrijpt, kan hij deze ook niet goed beantwoorden of uitvoeren. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de student teksten of bronnen niet kan lezen of woorden niet kent.
In het hoger onderwijs vereisen veel toetsvormen bovendien meer complexe talige handelingen van studenten. Denk aan interpreteren en combineren van inzichten of gegevens uit verschillende bronnen, het samenbrengen van onderzoek in een compacte en heldere samenvatting, verslagleggen van of reflecteren op gebeurtenissen en ervaringen, of het beargumenteren van een keuze of standpunt. Ook dat vereist een bepaald niveau aan taalvaardigheid en taalkennis.
Het is van belang dat toetsopdrachten door hun taalgebruik geen onnodige en onterechte belemmeringen opwerpen; belemmeringen die losstaan van de kennis en vaardigheden die je met de toets inzichtelijk probeert te maken, en die studenten die erover struikelen onterecht weerhouden die kennis en vaardigheden goed aan te tonen. (Het gaat dan om de validiteit van de toets, die wordt belemmert door de toetstaal.)
Welke taal wel en niet relevant of onterecht belemmerend is, is echter niet altijd makkelijk te zeggen. Het aandachtspunt van de taligheid van toetsing hangt dan ook samen met het volgende punt: de taalcompetenties die je mag verwachten van studenten.
Studenten hebben specifieke talige vaardigheden en taalkennis nodig voor hun beroep. Deze taalcompetenties kenmerken hen als vakinhoudelijke experts; ze hebben deze taalcompetenties nodig om mee te draaien in hun beroep, om adequaat te kunnen handelen en communiceren. Ook het kunnen lezen en schrijven van teksten die kenmerkend zijn voor een studie op hbo-niveau, of de abstractere denk- en redeneervaardigheden van een hoger opgeleide, zijn aspecten van de beoogde taalcompetentie van studenten. De beheersing van dit soort competenties wil je dus wél meenemen in je toetsing. Hoe kun je dat op een goede manier doen?
Hier draait het om constructive alignment van leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing; taalcompetenties die behoren tot de vaardigheden van een hoger opgeleide of een professional in een bepaald vak, zouden niet pas in een toets gevraagd of beoordeeld moeten worden, maar als leerlijn moeten zijn ingebed in het curriculum en op verschillende momenten in het onderwijs aangeleerd, geoefend en becommentarieerd moeten zijn.
Leer- of toetsdoelen en beoordelingscriteria moeten bovendien helder geformuleerd zijn, anders vertroebelen zij het zicht op de beheersing van de gevraagde vakinhoud.
Taalbewust toetsen: denkvragen & handreikingen
Wanneer je als opleidingsteam aan de slag wilt met taalbewuste toetsing, staan dus twee vragen centraal:
- Hoe kunnen we aandacht voor ‘academische’ en beroepsmatige taalcompetenties en de ontwikkeling van die competenties tot het beoogde niveau doelgericht inbedden in het curriculum?
Wat betekent dit voor leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten én toetsing? - Hoe kunnen we onze toetsing zo vormgegeven dat taal de validiteit versterkt in plaats van belemmert?
Op bovenstaande vragen wordt nader ingegaan in Neem tijd voor taalbewuste toetsing. Dit is een boekhoofdstuk dat Jacqueline van Kruiningen, lector bij Hogeschool Rotterdam, en leden van de expertisekring Taalbewust hoger onderwijs schreven voor het boek Toetsen in verbinding: Perspectieven en praktijkvoorbeelden voor het hoger onderwijs (Sluijsmans & Van Berkel, 2026). Het losse hoofdstuk is te downloaden onder ‘Verder Lezen’.
Het boekhoofdstuk bevat 10 handreikingen (zie kader hieronder), die aansluiten bij de drie niveaus van constructive alignment: curriculum/leerdoelen, didactiek/leeractiviteiten en de toetsing zelf. Bij elke handreiking hoort een eigen setje denk- en beslisvragen. Handreikingen en denkvragen worden in het hoofdstuk voorzien van veel concrete toelichting en voorbeelden.

Kijk voor een verdere uitwerking van deze handreiking in het boekhoofdstuk Neem tijd voor taalbewuste toetsing, te vinden in het boek Toetsen in verbinding: Perspectieven en praktijkvoorbeelden voor het hoger onderwijs.