Ga direct naar de content

Willemijn Lofvers

Onderzoeksmedewerker / promoveren

Promotieonderzoek

Nederland kent een sterkte, naoorlogse traditie van planmatige stedelijke in- en met name uitbreidingen van de stad. Deze planmatige aanpak houdt nauw verband met een heldere rolverdeling van een formeel, grootschalig opdrachtgeverschap.

Ten gevolge van de economische crisis vallen na 2008 grootschalige (gebieds) ontwikkelingen stil en ontstaan nieuwe vormen van stedelijke ontwikkeling (zie Peek, 2011; PBL en Urhahn Urban Design, 2012; Buitelaar et al., 2013). De ontwikkelingen worden niet langer alleen bepaald door formele grond- en vastgoedposities en publieke rechten maar eveneens geagendeerd door betrokkenheid en gedeelde gevoelens van verantwoordelijkheid op basis van gebruik. Meer dan in het afgebakende planproces speelt naast formeel eigendom het informeel eigenaarschap een belangrijke rol.

Het werken in deze nieuwe praktijk vraagt van stedebouwkundigen, architecten en planologen een omgang met veel meer betrokken spelers dan voorheen, meer stemmen en meer visies op de ontwikkeling van de stad en meer onderhandelingen. Het ontwikkelen vanuit een informeel eigenaarschap vraagt om het omgaan met onzekerheid en controleverlies over het verloop van een proces dat geen vooraf gedefinieerde uitkomsten kent.

De vraag die voor ligt, is hoe de veranderingen in formeel en informeel eigenaarschap de rol van de stedebouwkundige in processen van stedelijke ontwikkeling beïnvloeden; en op welke wijze zij hun toekomstige rol kunnen vervullen – opdat zij kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de stad.

Middels empirisch onderzoek wordt de nieuwe rol van de stedebouwkundige, architect en planner aan de hand van vaardigheden en casestudies in beeld gebracht.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.