Ga direct naar de content

Logopedie

Wat maakt de opleiding tot een succes?

De opleiding Logopedie is een opleiding die op alle fronten goed scoort. De opleiding doet bovenin mee in de Keuzegids, heeft een hoge student- en medewerkertevredenheid en het rendement is relatief hoog. Wat is hun succesverhaal?

De opleiding Logopedie is een opleiding die op alle fronten goed scoort. De opleiding doet bovenin mee in de Keuzegids, heeft een hoge student- en medewerkertevredenheid en het rendement is relatief hoog. Wat is hun succesverhaal? Het is eerste wat bij de docenten naar voren komt zijn ‘korte lijnen’ en ‘saamhorigheid’. “We werken met elkaar vanuit een duidelijk beroepsbeeld. En er zit energie in het team,” zegt onderwijsmanager Annemarie Meulenberg.

Wat werkt?

Duidelijk beroepsbeeld Aanspreekcultuur
COLORRS-model als basis voor curriculum Eigen verantwoordelijkheid studenten
Docenten als rolmodel Heldere organisatiestructuur
Hoge eisen stellen aan studenten Goede wisselwerking tussen werkveld en opleiding 
Korte lijnen tussen docenten en studenten Saamhorigheid in het docententeam

Annemarie Meulenberg ziet verder een zeer ambitieus team dat continu met elkaar in gesprek is. “We kunnen elkaar in het team makkelijk vragen stellen en elkaar aanspreken. De lijnen zijn kort,‘’ stelt docent Gerda Brondijk. “Dat geldt ook voor het contact met de studenten en de onderwijsmanager.”

De docenten leiden studenten op tot toekomstige collega's

‘’Het leuke is dat we studenten opleiden tot onze toekomstige collega’s, 90% van ons team is zelf logopedist.’’

Gerda Brondijk, Docent

Duidelijk beroepsbeeld geeft focus aan de opleiding

De studenten die voor de opleiding Logopedie kiezen hebben meestal duidelijk voor ogen wat ze willen worden. “Het leuke is dat we studenten opleiden tot onze toekomstige collega’s, 90% van ons team is zelf logopedist,” zegt Gerda, die zelf naast haar docentschap óók logopedist is. ‘’Dat zorgt gelijk voor duidelijkheid in het team én de opleiding. Er zijn vanuit de beroepsgroep heldere eindkwalificaties gesteld waar de studenten aan moeten voldoen, zowel in kennis als in houding.’’

Binnen het docententeam wordt veel gesproken over de kwaliteit van de lessen en wat er beter kan. Dat past volgens Annemarie ook bij de beroepsgroep; logopedisten zijn vaak perfectionisten die hun vak zeer serieus nemen. Ze houden elkaar scherp door bijvoorbeeld elkaars toetsen na te kijken. Zo weten zij van elkaar waar ze mee bezig zijn en kunnen ze elkaar tips geven voor verbetering. “Dat voelt niet als: ‘oh help, ik moet dat aan een ander laten zien’. Er is een soort openheid binnen ons team, waardoor we elkaar echt om hulp vragen om het onderwijs en de toetsing te verbeteren. Die openheid wordt nooit als bedreigend ervaren,” vertelt docent Eefje van den Broek.

‘’Die saamhorigheid in het team uit zich ook in een duidelijke boodschap naar de studenten over wat we van hen verwachten bij de opleiding,’’ zegt docent Annette Knoef. De docenten zijn altijd bereikbaar voor de student, maar om de studie succesvol af te ronden moet de student zelf aan de slag.

“Laat het maar zien, jij moet het doen,’’ is onze duidelijk boodschap. ‘’We leggen de verantwoordelijkheid echt bij de studenten. Wij kunnen het onderwijs aanbieden, maar zij moeten zelf aanwezig zijn en hun toetsen halen.’’ De docenten combineren die strenge boodschap met een stimulerende en motiverende benadering van de studenten. “We geven ze wel het gevoel dat ze het kunnen,’’ vult Gerda aan. ‘’Het is eigenlijk hetzelfde als bij de relatie tussen cliënt en logopedist. Een behandeling zal pas slagen, als de cliënt bereid is om zelf ook iets te doen,” zegt Gerda.

Het ontwikkelen van de beroepshouding is een belangrijk aspect van het leerproces, vinden de docenten. In het team wordt dat regelmatig besproken. Hoewel de meningen weleens verschillen, zorgen zij er altijd voor dat er een eenduidige aanpak komt. ‘’Dat gaat bijvoorbeeld over hoe we omgaan met eten in de klas, het gebruik van mobiele telefoons, maar ook over kleding en het sturen van mails aan docenten. Als de studenten straks met een cliënt voor zich zitten, dan kunnen zij ook geen jas aan en capuchon op hebben,” zegt Gerda. “Hier pakken wij als docenten wel onze opvoedkundige taak op.”

Dat kan ook goed, de sfeer in de opleiding is heel informeel. Studenten en docenten kennen elkaar en studenten kunnen docenten gemakkelijk aanspreken. De deuren van docentenruimtes staan altijd open om vragen van studenten te beantwoorden. Er wordt veel belang gehecht aan goed contact tussen docenten en studenten van de opleiding. 

‘’We leggen de verantwoordelijkheid echt bij de studenten. Wij kunnen het onderwijs aanbieden, maar zij moeten zelf aanwezig zijn en hun toetsen halen.’’

Annette Knoef, Docent

COLORRS-model als basis voor curriculum

De samenstelling van het team, de opbouw van het curriculum, Annemarie bewaakt deze zaken streng vanuit gezamenlijke afspraken. ‘’Ons hele curriculum is strak opgebouwd, dat biedt structuur en samenhang. Logopedie is een breed vak, waardoor het curriculum snel kan versnipperen.’’

Om die samenhang structuur te geven heeft de opleiding het COLORRS-model, gebaseerd op het CanMEDS-model, in het leven geroepen. Dit staat voor 'Competenties en Logopedische rollen voor Rotterdamse Studenten'. Het curriculum is op basis van dit model congruent opgebouwd. In de vorm van een bloem is aangegeven welke zes rollen een logopedist moet aannemen. Zo moet de logopedist (kernrol) een professional, een organisator, een samenwerker, een coach, een innovator en een gezondheidsbevorderaar zijn. Doordat het voor studenten duidelijk is welke rollen zij als logopedist hebben, is het ook duidelijk waarom zij bepaalde competenties leren, zo horen de docenten terug. Per kwartaal staan in het curriculum bij elke rol de bijbehorende competenties centraal.

Het curriculum van de opleiding is congruent opgebouwd op basis van het COLORRS-model 

Het resultaat is een curriculum waarin de samenhang tussen de vakken duidelijk is en dat gebaseerd is op een helder didactisch model (4 C -ID model). “In het eerste jaar draait het om anamnese en onderzoek, het tweede jaar gaat het om behandelen en in het derde jaar gaan de studenten aan de slag met complexe problematiek, om het vierde jaar af te sluiten met een afstudeerstage, waarin de student cliëntgericht werkt en tevens een praktijkgericht onderzoek verricht. De student draait dan als collega mee in de beroepspraktijk,” vertelt docent Maris van Sluijs.

Annemarie zorgt ook voor de nodige structuur om het werk van docenten te ondersteunen. Zo zijn alle documenten en richtlijnen eenvoudig te vinden en werken alle commissies volgens een werkplan. Als opleidingsmanager bewaakt Annemarie die structuur scherp. Zij maakt altijd een gestructureerd jaarplan en probeert alle adviezen actief te bespreken. “Soms moet je er weleens voor kiezen om iets te parkeren, maar ik probeer wel met alles wat er opkomt iets te doen.”

‘’Ons hele curriculum is strak opgebouwd, dat biedt structuur en samenhang. Logopedie is een breed vak, waardoor het curriculum snel kan versnipperen.’’

Annemarie Meulenberg, Onderwijsmanager

Bijdragen aan doorontwikkeling van het vakgebied

Dat er in de opleiding veel duidelijkheid is, betekent niet dat alles vastligt. Het vakgebied logopedie is namelijk volop in beweging. ‘’We proberen ook op te leiden voor de logopedist van over vier, vijf of zes jaar,’’ zegt Annemarie. Onderzoek speelt daarom een belangrijke rol. De opleiding werkt goed samen met het Kenniscentrum Zorginnovatie en veel docenten hebben een masteropleiding gedaan of zijn daarmee bezig. Tevens wordt er ook promotieonderzoek gedaan door één van de docenten logopedie.

De studenten zijn bekend met de verschillende rollen van de logopedist, het is duidelijk waarom ze bepaalde competenties leren

Om die onderzoekende houding en verschillende expertises in het team te waarborgen, probeert Annemarie waar mogelijk te sturen in welke masters haar docenten gaan volgen. “Ik ga het natuurlijk niet afdwingen, maar ik bespreek het wel. Dan zeg ik bijvoorbeeld dat we het onderwijskundige aspect nog missen in het team. Ik wil ervoor waken dat het teveel van hetzelfde is.”

Ook het werkveld zelf heeft baat bij die onderzoekende houding. De opleiding Logopedie ziet zichzelf nadrukkelijk als aanjager van nieuwe ontwikkelingen in het beroep en zet studenten actief in om dat ook naar stagebegeleiders uit te dragen. “Neem je stagebegeleider maar mee. Laat maar zien wat wij hier doen. Je merkt dat studenten het ook leuk vinden om bij hun stagebedrijf te laten zien welk onderzoek ze in de opleiding zijn tegengekomen,” zegt Maris. 

Hoge lat

Om duidelijk te maken wat de opleiding Logopedie van studenten vraagt, wordt in jaar één gelijk de lat hoog gelegd. Annemarie: “Het eerste jaar wordt ook gezien als een selectiejaar. Als de studenten het eerste jaar doorkomen, is de slagingskans hoog.”

De opleiding ziet nog een uitdaging in de toenemende instroom van mbo-studenten. Die is de afgelopen jaren gestegen van 20% naar 45% van het aantal studenten. De docenten vragen zich regelmatig af hoe zij die groep meekrijgen, zonder de lat van de opleiding te verlagen. Kirsten van den Heuij is één van de taalkundigen in het team. Zij vertelt hoe studenten die zijn doorgestroomd vanuit het mbo vaak op het gebied van taal moeite hebben om mee te komen. “We hebben verlicht keuze-onderwijs (bijspijkerklassen) voor mensen die moeite hebben met taal. Daar zie ik wel veel studenten met een mbo-vooropleiding.’’

Met name de cognitieve kant van de opleiding is een probleem voor veel mbo-studenten in de opleiding en enkele havisten. Om het curriculum in het eerste jaar studeerbaar te houden, puzzelen de docenten met de structuur van de lessen en de planning van moeilijke vakken en toetsen. “We willen kijken of we daarin iets kunnen veranderen, om deze studenten al snel in de opleiding op het juiste spoor te zetten.”

‘’We willen ervoor waken dat het opkrikken van het propedeuserendement ten koste gaat van de kwaliteit van de opleiding. Tegelijkertijd willen we de mbo-studenten een kans geven,’’ zegt Annemarie. “Als we te strikt selecteren zijn we straks misschien de mbo-instroom kwijt. Terwijl daar genoeg potentiële studenten tussen zitten die het wel kunnen halen.” 

‘’We proberen op te leiden voor de logopedist van over vier, vijf of zes jaar. Onderzoek speelt daarom een belangrijke rol’’

Annemarie Meulenberg, Onderwijsmanager

Werkende elementen

Het docententeam van de opleiding logopedie bestaat voor 90% uit logopedisten. Daarmee kan de student zich al tijdens de opleiding identificeren met de beroepsgroep. De student ziet een rolmodel voor de klas staan met praktijkervaring die stevig inzet op de transfer tussen theorie en praktijk.

Het team werkt vanuit een heldere structuur en visie, kent een duidelijke documentenstructuur en het curriculum is gebaseerd op COLORRS. Dit laatste zorgt voor samenhang en een duidelijke opbouw van het curriculum. De onderzoeken van de opleiding dienen als aanjager voor nieuwe ontwikkelingen in het werkveld en vice versa.

Het team normeert en conformeert maar er blijft altijd ruimte om afspraken te herzien. Om de kwaliteit te waarborgen kijken docenten elkaars toetsen na en geven elkaar feedback om de opleiding te verbeteren. Dit wordt consequent gedaan waardoor er sprake is van een professionele organisatie.

Omdat het beroepsbeeld helder is wordt er vanaf dag één gestuurd op het ontwikkelen van professioneel gedrag van de logopedist in spé. Er wordt veel aandacht geschonken aan houding en gedrag, omdat er van een eerstejaarsstudent in de stage een professionele houding wordt verwacht.

“Je wilt elkaar ontmoeten als aanstaand collega,” vertelt Annette. “Je ziet ze binnenkomen als jonkies en aan het eind zie je zo’n wereld van verschil. Dan praat je met een nieuwe collega. Dat is heel mooi.”

Opleiding in cijfers

  20142015
Keuzegids
Aantal punten op schaal van 100
70 74
Nationale Studenten Enquête
Gemeten op een vijfpuntsschaal
4,1 4,0
Medewerkersonderzoek
Percentage medewerkers dat (zeer) tevreden is met hun werk
95% 100%
Ingeschreven studenten
Aantal ingeschreven studenten, peildatum 1 september
296 318
Studiesucces
Het percentage studenten dat binnen vijf jaar na de start van een opleiding aan Hogeschool Rotterdam is afgestudeerd aan deze hogeschool (gemiddelde van de afgelopen vijf cohorten)
57%

 

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.