Ga direct naar de content

Logistics Engineering

Hoe werkt de opleiding stap voor stap aan verbetering?

Of het nu komt doordat ze zelf de opleiding hebben genoten of doordat ze jarenlang in de haven hebben gewerkt, alle docenten hebben logistiek ‘in hun bloed’. Van daaruit wordt veel gesproken over hoe het vak zich ontwikkelt en wat dat betekent voor de opleiding.

Wat werkt?

Hecht en zelfsturend docententeam Veel ruimte voor feedback en evaluatie
Gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel Korte lijnen met bedrijfsbureau
Aanspreekcultuur Persoonlijke aandacht voor studenten
Kleinschaligheid Samenhangend curriculum 

Midden in de haven, vanaf de 14e verdieping van het STC-gebouw, kijken we uit over de Nieuwe Waterweg. Boten varen af en aan. De Erasmusbrug tekent de horizon. Dat is de sfeer waarin de opleiding Logistics Engineering haar werk doet. Techniek en vervoer zijn tastbaar aanwezig.

De opleiding heeft het in de afgelopen periode een tijd lang zonder stuurman moeten doen. Het docententeam heeft zich mede hierdoor gevormd tot een hechte en zelfstandige groep. ‘’Als er iemand ziek is, worden lessen altijd overgenomen. En er is veel feedback, de docenten gaan eerlijk met elkaar in discussie over wat er beter kan en spreken elkaar daar ook op aan,’’ zo constateert Maarten van Ogtrop, directeur van het instituut Rotterdam Mainport University, waar op de opleiding onderdeel van uitmaakt.

Sinds een aantal maanden staat Maarten de Pagter als onderwijsmanager aan het roer. Hij herkent zich in de woorden van zijn directeur. ‘’We zijn een realistisch team. Er zijn wel nieuwe ideeën, maar de docenten zijn erg procesbewust. Er wordt altijd gezegd: ‘denk na dat dit, dit en dat er wel ook in zit.’ We zorgen ervoor dat nieuwe dingen behapbaar zijn, zowel voor de student als de docent.’’ 

‘’We zijn een realistisch team. We zorgen ervoor dat nieuwe dingen behapbaar zijn, zowel voor de student als voor de docent.’’

Maarten de Pagter, Onderwijsmanager

Docententeam centraal

Op die manier zorgt het docententeam ervoor dat er in kleine stappen aan verbetering wordt gewerkt en niet door in één keer hele grote nieuwe veranderingen door te voeren in het curriculum. In de discussies over hoe het onderwijs wordt vormgegeven staat het docententeam altijd centraal. Dat team kent een heel wisselende samenstelling van oude rotten en jonge aanwas. Steve Ekel is één van die nieuwelingen. Hij kent de opleiding echter maar al te goed, hij heeft de opleiding immers zelf doorlopen. “Ik ben echt een product van deze opleiding, dat zorgt automatisch voor betrokkenheid.”

Maar of het nu komt doordat ze zelf de opleiding hebben genoten of doordat ze jarenlang in de haven hebben gewerkt, alle docenten hebben logistiek ‘in hun bloed’. Van daaruit wordt veel gesproken over hoe het vak zich ontwikkelt en wat dat betekent voor de opleiding. Die betrokkenheid bij het team zorgt er voor dat alles in de opleiding in samenspraak gebeurt.

Jacob Hiemstra begeleidt als adviseur onderwijskwaliteit meerdere opleidingen van Hogeschool Rotterdam. Hij ziet ook een grote verbetergerichtheid bij de opleiding Logistics Engineering. ‘’Er is bij deze opleiding geen sprake van zelfgenoegzaamheid, zegt Jacob.”

Een goed voorbeeld is de ontwikkeling van digitalisering in het onderwijs. ‘’Steve probeert dit langzaam maar zeker in ons onderwijs te brengen en je ziet dat de oudere docenten van hem willen leren,” zegt Jacob. ‘’Maar ze zullen niet zomaar iets van hem aannemen,’’ zegt hij daar lachend bij. Het valt op dat Jacob erg goed op de hoogte is van wat er gebeurt bij de opleiding, hij draait dan ook actief mee in het team om zo echt te ontdekken waar hij de docenten van dienst kan zijn. 

Studenten leren in fictieve vraagstukken hoe ze hun kennis presenteren, hoe ze een rapport uitbrengen of onderhandelen met actoren in de Rotterdamse haven.

‘’We praten veel met elkaar over verbeteringen en evalueren die met elkaar. Het is heel gemakkelijk om even een vraag over iets met elkaar te bespreken.’’

Marjolein Kempen, Docent

Samenhangend curriculum

In de opbouw van het curriculum is te zien dat docenten met elkaar afstemmen hoe vakken op elkaar inhaken. Er wordt samen gestructureerd en nagedacht over de zwaartebelasting in het curriculum. De theorie en praktijk versterken elkaar. Studenten krijgen bijvoorbeeld vakken op het gebied van logistiek, rechten, transporttechniek en ICT. In de projecten leren ze hun kennis vervolgens toe te passen in fictieve vraagstukken, zoals zij die ook in de beroepspraktijk tegen gaan komen. Daar leren ze hoe ze hun kennis presenteren, hoe ze een rapport uitbrengen of onderhandelen met actoren in de Rotterdamse haven.

Curriculumwijzigingen vinden plaats op basis van feedback van studenten en docenten. Het curriculum is zo opgebouwd dat projecten elkaar in moeilijkheidsgraad opvolgen. Op deze manier wordt de belasting van student en docent verdeeld. Bovendien helpen docenten elkaar. “Meerdere docenten geven hetzelfde vak. Daardoor kunnen docenten ook gemakkelijk lessen van elkaar overnemen.”

Wat de onderlinge samenwerking bevordert is dat het hele team samen op één kamer werkt. “We praten veel met elkaar over verbeteringen en evalueren die met elkaar. Het is heel gemakkelijk om even een vraag over iets met elkaar te bespreken,” zegt docent Marjolein Kempen. Steve benadrukt die sfeer in het team ook: “We hoeven niet eens in de zoveel tijd bij elkaar te komen om iets op te tuigen. Het gebeurt gewoon met een klein lijstje, en dat wordt ook gelijk geëvalueerd.” 

‘’Als je tien studenten op een rij zet, zijn er tien redenen waarom ze uitvallen. We zijn heel erg aan het zoeken hoe we daar invloed op kunnen uitoefenen.’’

Marjolein Kempen, Docent

Werken in haven: word je daar vies van?

Docenten zelf vinden elkaar dus gemakkelijk, maar ook de student weet de weg naar de docenten makkelijk te vinden. “Ik ken de studenten bijna allemaal bij naam,” zegt Marjolein. “Er is gemakkelijk contact.” Dat contact is mogelijk omdat de opleiding geen hele grote is. Dat is tevens de uitdaging, want de laatste jaren is het aantal studenten én het docententeam gegroeid.

Eén van de uitdagingen waar het team duidelijk voor staat is om de uitval van studenten in het eerste jaar te beperken. Met de groei van de afgelopen jaren is het de kunst om die steeds grotere groep studenten aan boord te houden. “Hoe gaan we slim met de groei om? Dat is wel iets waar we mee zitten,” zegt docent Jan van Es. “Als je tien studenten op een rij zet, zijn er tien redenen waarom ze uitvallen. We zijn heel erg aan het zoeken hoe we daar invloed op kunnen uitoefenen,’’ zegt Marjolein.

In deze zoektocht ontdekten de docenten dat de meeste uitvallers zich onder de late inschrijvers bevinden. Het is dan ook belangrijk welk beeld de studenten van de opleiding hebben. “Toen we wat kleiner waren hadden we bijna met iedere student een inhoudelijke binding,” zegt Jan. “Ik heb het idee dat het nu minder is. Bij de startgesprekken hoor je vaker ‘ik kom hier, omdat er werkgelegenheid is’.”

Het beeld ‘werken in de haven’ is volgens de docenten een te vage omschrijving. “Hier komen vooral studenten die echt voor de techniek gaan,” ziet docent Jeroen Vrins. Maar de vraag is of dat profiel wel duidelijk genoeg wordt uitgedragen. “Er was een vrouw die met haar zoon naar de voorlichting kwam en vroeg over het werken in de haven: ‘wordt ie daar nou vies van?’ Zij had echt nog het beeld van de petrochemische industrie” schetst Jeroen. ‘’Dit proberen we te ondervangen door studenten bij de intakegesprekken te vragen om twee vacatures mee te nemen die volgens hen bij de opleiding passen. Daar krijgen ze volgens mij wel een beter beeld van.”

Het beeld ‘werken in de haven’ is volgens de docenten een te vage omschrijving. De opleiding vraagt studenten om bij de intakegesprekken twee vacatures mee te nemen die volgens hen bij de opleiding passen.

De studentenpopulatie van de opleiding Logistics Engineering is volgens directeur Maarten van Ogtrop betrekkelijk homogeen. “We hebben een bepaald type student, overwegend blanke mannen van de eilanden, met blauwe ogen (bij wijze van spreken).’’ Het is dan ook weleens een uitdaging om de binding te organiseren met studenten die niet helemaal in dat stereotype plaatje passen.”

Steve vertelt over een student van Turkse komaf. “Dat was wel een eyeopener. Hij vertelde mij dat hij het heel moeilijk vond om in de groep naar de typische Hollanders toe te gaan en hield zich daardoor afzijdig. Dat vond ik wel pijnlijk om te horen. En zo zijn er denk ik wel meer die dat moeilijk vinden.” Het is een worsteling om dat te doorbreken, maar door veel te praten probeert Steve zich te verplaatsen in het vraagstuk en samen met de studenten toch de aansluiting te zoeken. Marjolein ziet daarin ook de geslaagde voorbeelden. “Jongens vinden dat vaak ingewikkeld, maar we hebben ook een Turks meisje dat heel bewust de aansluiting zoekt. En dat lukt haar vooralsnog prima.”

‘’Toen we wat kleiner waren hadden we bijna met iedere student een inhoudelijke binding. Ik heb het idee dat het nu minder is. Bij de startgesprekken hoor je vaker ‘ik kom hier, omdat er werkgelegenheid is’.’’

Jan van Es, Docent

Werkende elementen

De opleiding Logistics Engineering kenmerkt zich door degelijkheid en stabiliteit. De verbetergerichtheid zit in telkens in kleine stapjes voortdurend werken aan wat er nog beter kan. Dit gebeurt vanuit een houding van zelfsturing op teamniveau: ieder voelt zich betrokken bij het geheel, geen eilandjescultuur, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid, inclusief de dienstverleners vanuit de dienst Onderwijs en Ontwikkeling, zoals Jacob, en het bedrijfsbureau. Die solidariteit is ook aanwezig bij de studentenpopulatie: mensen die de handen uit de mouwen willen steken. Nu de opleiding hard groeit en de diversiteit in de studentengroep toeneemt, is het de kunst om dezelfde kwaliteit en degelijkheid te blijven bieden.

Inmiddels is Maarten de Pagter enkele maanden bezig als onderwijsmanager bij de opleiding Logistics Engineering en dus hebben zijn docenten nog wel een to-do lijstje voor hem. “Er is te veel piekbelasting in het team,” zegt Jeroen. “We hebben het operationeel in de vingers en zijn erg zelfsturend. Dat betekent dat de onderwijsmanager vooral tactisch zal moeten sturen. We hebben dus iemand nodig die heel even uit het team stapt en bedenkt: waar heb ik die collega nodig over een half jaar of een jaar.” Maarten de Pagter: “Het is fijn dat ik in een team stap waar rust heerst. Nu ga ik op zoek naar initiators en criticasters die mij kunnen helpen de volgende stappen te zetten.”

Opleiding in cijfers

  20142015
Keuzegids
Aantal punten op schaal van 100
70 60
Nationale Studenten Enquête
Gemeten op een vijfpuntsschaal
3,9 3,9
Medewerkersonderzoek
Percentage medewerkers dat (zeer) tevreden is met hun werk
89% 100%
Ingeschreven studenten
Aantal ingeschreven studenten, peildatum 1 september
247 274
Studiesucces
Het percentage studenten dat binnen vijf jaar na de start van een opleiding aan Hogeschool Rotterdam is afgestudeerd aan deze hogeschool (gemiddelde van de afgelopen vijf cohorten)
53%

 

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.