Ga direct naar de content

Communicatie

‘’Studenten opleiden tot ‘smart-connectors’, dat is onze uitdaging!’’

“Ik denk dat we van betekenis zijn voor Rotterdam, juist omdat we de connectie maken tussen studenten en maatschappelijke opdrachtgevers. We doen er toe", zegt docent Agaath Flikweert. Het is een wezenlijk kenmerk van de identiteit van de opleiding Communicatie, die zich nadrukkelijk ten doel stelt om de buitenwereld naar binnen te halen.

Mede door de zorgvuldige en gerichte aandacht voor het beheer van de externe relaties wordt er op veel punten – studierendement, medewerkerstevredenheid en accreditatieoordeel – goed gescoord. Als relatief grote opleiding, met 900 studenten, is dat niet altijd eenvoudig. Toch slaagt de opleiding erin haar ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken. Hoe doet de opleiding Communicatie dat?

Wat werkt?

Positieve sfeer in het team Duidelijke doelen en richtlijnen
Sterke verbetergerichtheid Oog voor werkdruk
Gezamenlijke visie Innovatieve houding
Projecten en contacten met het werkveld Aandacht voor de student
Docenten krijgen ruimte en vertrouwen Eerlijke voorlichting

“Er is een gezamenlijk streven om het onderwijs ieder jaar verder te optimaliseren. We zijn allemaal gericht op verbetering. Dat geeft een positieve vibe in het team.”

Aniek van Heck, Docent

Een positieve vibe

Het docententeam van de opleiding Communicatie telt wel zo’n vijftig docenten, maar toch kennen zij elkaar allemaal. “We hebben hele wisselende teams,” legt docent Daan Vree uit. Per vak of project werken docententeams in verschillende samenstellingen met elkaar. “Iedereen werkt dus wel een keer met iemand anders, daarnaast wisselen docenten op dat moment van kamer. Er zijn daardoor veel dwarsverbanden.”

Dat iedereen elkaar op die manier goed kent, zorgt er ook voor dat docenten veel tegen elkaar kunnen zeggen. “Je voelt je veilig, want de sfeer is goed,” zegt relatiemanager Mark-Jan Muijs. “Dat is een prettige voorwaarde om ’s ochtends de draaideur door te gaan als je aan je werkdag begint.” Ook docent Aniek van Heck ziet dat. “Er is een gezamenlijk streven om het onderwijs ieder jaar verder te optimaliseren. We zijn allemaal gericht op verbetering. Dat geeft een positieve vibe in het team.”

Marian Ammerlaan, stage- en afstudeercoördinator, ziet ook hoe harmonieus er binnen de opleiding wordt samengewerkt. “Als de scripties zijn ingeleverd, is het mijn taak de afstudeerbegeleiders te koppelen aan een tweede lezer. Het is nog nooit gebeurd dat docenten niet met elkaar samen willen werken. Het werkt heel plezierig met elkaar. De docenten nemen ook dingen van elkaar over. Dat is ontzettend fijn.”

Dat gebeurt ook als er iemand onverhoopt even uitvalt. “De docenten komen vaak uit zichzelf naar mij toe als iemand ziek is, om het van de ander over te nemen,” vertelt Martine Borggreve, samen met Albert Hofstede werkzaam als onderwijsmanager bij de opleiding. Die werklust en bereidheid elkaar te helpen is ook een valkuil, erkent zij. “Ik heb wel eens tegen een docent moeten zeggen ‘jij neemt nu even gas terug. Nu ga je gewoon om vijf uur naar huis’. Je moet ze wel eens tegen zichzelf in bescherming nemen. ”

Albert ziet een heel collegiaal team dat zich vol enthousiasme stort op het verzorgen van inspirerend en betekenisvol onderwijs. “Ze zijn heel erg betrokken bij het onderwijs en bij maatschappelijke onderwerpen. De docenten halen de actualiteit de klas in,” zegt Albert. ‘’De positieve sfeer straalt ook af op de studenten. Dit merken we bijvoorbeeld als we vrijwilligers zoeken om deel te nemen aan een audit.’’

Op groot bord plannen wat ons te doen staat

De twee managers hebben allebei een aantal medewerkers onder hun hoede. ‘’Er zijn duidelijke doelen en richtlijnen opgesteld,’’ zegt Martine. “Voordat het collegejaar begint plannen we op een groot bord wat er dat jaar staat te gebeuren. Daardoor heb ik het overzicht en weet ik wat er aan komt en waar ik rekening mee kan houden. Dat vind ik prettig.”

Binnen de structuur van de opleiding is veel ruimte voor creativiteit. “Het is voor iedereen duidelijk wanneer de creativiteit alle kanten op mag en wanneer niet,” zegt Martine. Die focus op creativiteit en innovatie is een bewuste keuze. Het communicatievak is immers volop in beweging.

“Eigenlijk worden we door Martine en Albert meer uitgedaagd dan gestuurd,” stelt Aniek. Dat betekent bijvoorbeeld dat collega’s de ruimte krijgen om aan te geven op welke onderdelen van het curriculum ze ingezet willen worden. “Natuurlijk is er ook wel eens ‘corvee’, maar er kan wat ons betreft veel gehonoreerd worden,” zegt Martine.

Hoewel docenten de ruimte krijgen en gestimuleerd worden nieuwe dingen in het onderwijs uit te proberen, is er wel een duidelijke structuur in het onderwijs aangebracht. “Aan het einde van het eerste jaar moeten studenten hun opvatting en visie vormen over het vakgebied,” zegt Martine. “Het vak is heel erg divers, dus ze moeten nadenken over de richting die ze op willen. Jaar één staat daarom helemaal in het teken van oriëntatie. Ze schrijven een propedeusescriptie waarin ze onderzoek doen naar een onderwerp waar ze enthousiast over zijn.”

‘’Het vak is heel divers. De studenten schrijven een propedeusescriptie waarin ze onderzoek doen naar een onderwerp waar ze enthousiast over zijn.’’

Martine Borggreve, Onderwijsmanager

Innovatie als wezenskenmerk

Voor de organisatie van alle contacten met externe opdrachtgevers is een aparte relatiemanager aangesteld binnen het opleidingsteam. Mark-Jan Muijs vervult deze rol. Hij zorgt er voor dat er elk jaar voldoende externe opdrachtgevers zijn. “Mijn functie bestaat nu twee jaar. Het is steeds weer mooi om te zien wat voor resultaten de studenten voor externe opdrachtgevers opleveren.’’ Zo deed een groep studenten onlangs een klus voor het Leger des Heils. “Zij hebben zich écht ingeleefd in de organisatie, wat het betekent om daar te werken. Dat ging veel verder dan alleen een PR-advies,” herinnert Mark-Jan zich. “De studenten hebben echt gekeken naar de mens achter de cliënt. Dat zijn hele mooie dingen.”

Innovatie is een belangrijk wezenskenmerk van de opleiding. “Je loopt altijd achter,” zegt Martine. Het is daarom belangrijk dat je mensen in je team hebt die continu naar buiten willen kijken. Het is zaak dat je altijd de laatste ontwikkelingen en technieken in het curriculum verwerkt.” Die innovatie uit zich binnen de opleiding onder meer in de inzet van nieuwe onderwijsvormen als webinars en scrummen. Maar het is niet alleen de docent die innoveert.

Om ook studenten te laten innoveren, moeten ze soms een beetje uit hun comfortzone worden gehaald.  “We gaan voor het vak Content en Creatie met onze studenten naar Rotterdam-Zuid. Dan zijn sommige studenten voor aanvang toch een beetje terughoudend, maar wanneer ze daar vervolgens met mensen gaan praten om een verhaal te kunnen ‘vangen’, hebben ze na afloop  een hele andere blik. Zulke maatschappelijke betrokkenheid heeft voor mij echt toegevoegde waarde.”

De opleiding stuurt studenten ook nadrukkelijk naar buiten om de innovatie naar binnen te halen. “We hebben veel studenten met specifieke interesses,” vertelt Mark-Jan. “Juist dan is het leuk om, zoals vorig jaar, in de minor met de hele groep naar de scheepsbouwloods in Alblasserdam te gaan. Dan zie je eerst die gezichten van ‘moet dat nou’. Maar als ze dan eenmaal in die enorme loods rondlopen is dat toch wel indrukwekkend en begint het voor ze te leven. We moeten de studenten andere dingen laten zien en ervaren dan ze gewend zijn. Daarmee verbreden zij hun blik. We zetten ook de expertise en ervaring van ouderejaarsstudenten in. Zo bezoeken tweedejaars de derdejaars tijdens hun stage. Zo krijgen zij een idee wat hen te wachten staat. Dat wordt ook goed ontvangen door het werkveld.’’

“Om studenten te laten innoveren, moeten ze soms een beetje uit hun comfortzone worden gehaald."

Mark-Jan Muijs, Relatiemanager

Duidelijkheid en grenzen stellen

Het docententeam neemt het zich daarom nadrukkelijk voor om de student actief mee te nemen in een ontdekkingstocht langs de vele werelden van de communicatie. Daarin trekken ze intensief met de studenten op. “Je loopt echt vier jaar met ze mee,” zegt Agaath. “Als ik een oud-student later nog eens tegenkom in de stad, weet ik vaak nog precies wie het is. Je ontwikkelt echt een band.”

Volgens Martine is die betrokkenheid bij de studenten een sterk punt van de opleiding, maar schuilt er ook een gevaar in. “Je kan betrokken zijn, maar je moet wel beseffen dat je, als je duidelijke grenzen stelt, niet meteen onaardig bent. Je bent gewoon duidelijk.” Juist in het communicatievak is het belangrijk dat (toekomstige) professionals afspraken en deadlines nakomen. Maar dat is niet iets wat studenten vanaf dag één kunnen, merkt Mark-Jan. “Veel jongeren van nu zijn minder zelfstandig. Ze wonen vaak nog thuis, waardoor ze minder gewend zijn om zaken zelf te regelen.”

Niettemin scoort de opleiding Communicatie vrij goed op studiesucces en rendement. Volgens Martine ligt dat zowel aan de opbouw van het eerste jaar als aan de voorlichting voor de poort. “We geven op open dagen en tijdens het proefstuderen een realistisch beeld van deze opleiding. ‘’Je merkt ook dat ouders na zo’n voorlichting met heel veel vragen komen,’’ zegt Albert. ‘’Ze willen bijvoorbeeld weten wat het verschil is met de opleiding in Groningen, die misschien wel iets beter in de NSE scoorde. Dan kun je echt inhoudelijk het gesprek aangaan.”

“Als ik een oud-student later nog eens tegenkom in de stad, weet ik vaak nog precies wie het is. Je ontwikkelt echt een band.”

Agaath Flikweert, Docent

Werkende elementen

De opleiding Communicatie is voor de student opgebouwd als een ontdekkingsreis. In het eerste jaar leert de student het veld kennen, om daarin later concrete keuzes te maken. “We leiden ze uiteindelijk op tot ‘smart-connector’,” stelt Martine. “Dat betekent dat mensen in staat zijn anderen met elkaar te verbinden, dit is onderdeel van ons DNA.” Dat doet de opleiding met een groot maar nauw met elkaar samenwerkend team waarin een grote bereidheid is om elkaar te helpen en elkaar en het onderwijs beter te maken. Het onderwijs kenmerkt zich door veel samenwerking met het werkveld, daarmee probeert de opleiding zichzelf continu te innoveren, maar de student ook voor te bereiden op een vak dat volop in beweging is. De studenten werken aan projecten en evenementen voor externe opdrachtgevers. Dit werkt motiverend; de studenten doen het echt ergens voor. Het onderwijs wordt op deze manier betekenisvol. Zij worden daarin heel persoonlijk begeleid en ondersteund, zonder dat de harde (kwaliteits)eisen worden losgelaten. Tegelijkertijd, ziet Martine dat het profiel van de opleiding nog scherper geformuleerd mag worden. “Wat betekent het om ‘smart-connector’ te zijn en waar kiezen we dan voor, gebaseerd op wat er in het vak gebeurt? Dat is de volgende stap die we als opleiding gaan zetten.”

Opleiding in cijfers

  20142015
Keuzegids
Aantal punten op schaal van 100
58 56
Nationale Studenten Enquête
Gemeten op een vijfpuntsschaal
3,7 3,8
Medewerkersonderzoek
Percentage medewerkers dat (zeer) tevreden is met hun werk
85% 80%
Ingeschreven studenten
Aantal ingeschreven studenten, peildatum 1 september
1001 881
Studiesucces
Het percentage studenten dat binnen vijf jaar na de start van een opleiding aan Hogeschool Rotterdam is afgestudeerd aan deze hogeschool (gemiddelde van de afgelopen vijf cohorten)
58%

 

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.