Ga direct naar de content

Studiesucces: het verhaal achter de cijfers

Hogeschool Rotterdam presenteert onderzoeken naar de oorzaken van studieuitval
25 augustus 2016

Woensdag 24 augustus presenteerde Hogeschool Rotterdam aan genodigden uit het onderwijsveld en de (Rotterdamse) politiek de eerste uitkomsten van onderzoeken die gedaan zij naar studiesucces en -uitval. Vooral studenten met een mbo-achtergrond blijken de afgelopen jaren vaker uit te vallen op het hbo, terwijl het mbo vroeger juist fungeerde als ‘emancipatiemotor’ in de maatschappij. De presentaties werden gevolgd door een paneldiscussie met vertegenwoordigers van mbo en hbo, de onderzoekers en de wethouder Onderwijs.

Achtergrond

Vorig jaar bracht de hogeschool naar buiten wat door onderwijswethouder Hugo de Jonge ook wel een 'ongemakkelijke waarheid' werd genoemd: sterk dalend studiesucces, vooral bij studenten met een migrantenachtergrond en studenten met een mbo-vooropleiding. 

Naar aanleiding van deze ontwikkelingen heeft Roel in 't Veld, die vorig jaar een onderwijscongres organiseerde over ongeveer het zelfde onderwerp, samen met de hogeschool een onderzoek uitgevoeren, daarnaast heeft ons eigen Kenniscentrum Talentontwikkeling uitval van mbo'ers onderzocht. De bevindingen uit deze onderzoeken werden vandaag voor het eerst bekend gemaakt.

Aanbevelingen voor verbetering

Hoogleraar en onderzoeker Roel in ‘t Veld presenteerde samen met KWINK-groep collega Pauline Modderman het resultaat van hun onderzoek bij en in samenwerking met zes opleidingen van de hogeschool: Verpleegkunde, Leisure management, Bouwkunde, Bedrijfskunde/MER, Ad Ondernemen en Ad Officemanagement.

Aanbevelingen uit dit onderzoek, genaamd ‘Zoeken naar de weg omhoog’, richten zich onder meer op duidelijkheid van het didactische concept van een opleiding bij docententeam, op een vroegtijdige oriëntatie op onderzoeksvaardigheden en hoe deze beter op de beroepspraktijk gericht kunnen worden. 

Ook is verbetering aan te bevelen in acties ‘voor de poort’, zoals een betere intake van studenten, en in het eerste jaar. Door bijvoorbeeld eerstejaars in te delen in klassen met een gelijke achtergrond, is er meer herkenbaarheid met elkaar en ontstaat sneller een binding, een cruciale factor voor studiesucces.  

Interesse en aandacht voor de student

Ook het onderzoek van Marja Poulussen en Winnie Roseval van Kenniscentrum Talentontwikkeling toont het belang aan van vormen van binding die de student ervaart. Zij presenteerden het essay ‘Onze studenten’, op basis van diepte-interviews met mbo-studenten die uitvielen in de genoemde periode waarin het studiesucces scherp daalde.

Dit onderzoek onderstreept vooral het belang van interesse en aandacht vanuit docenten richting student. “De docent kan het duwtje geven waardoor de student toch een stage vindt bijvoorbeeld. Maar kan er ook voor zorgen dat een toch al onzekere student er mee stopt”.

Hierbij speelt de professionele identiteit volgens de onderzoekers een cruciale rol: zien we de studenten werkelijk als 'onze’ studenten? De valkuil voor een docent is je voornamelijk te identificeren met en te focussen op studenten die op jouzelf lijken.

De twee onderzoeksrapporten

  • Zoeken naar de weg omhoog

    Download het rapport van Roel in 't Veld en zijn onderzoekscommissie door te klikken op de afbeelding.

Interesse en aandacht voor de student

Ook het onderzoek van Marja Poulussen en Winnie Roseval van Kenniscentrum Talentontwikkeling toont het belang aan van vormen van binding die de student ervaart. Zij presenteerden het essay ‘Onze studenten’, op basis van diepte-interviews met mbo-studenten die uitvielen in de genoemde periode waarin het studiesucces scherp daalde.

Dit onderzoek onderstreept vooral het belang van interesse en aandacht vanuit docenten richting student. “De docent kan het duwtje geven waardoor de student toch een stage vindt bijvoorbeeld. Maar kan er ook voor zorgen dat een toch al onzekere student er mee stopt”.

Hierbij speelt de professionele identiteit volgens de onderzoekers een cruciale rol: zien we de studenten werkelijk als 'onze’ studenten? De valkuil voor een docent is je voornamelijk te identificeren met en te focussen op studenten die op jouzelf lijken.

Paneldiscussie: handvatten voor docenten

In de paneldiscussie vulde onderwijseconoom Liesbeth van Welie dit aan: “Uit al die onderzoeken komt steeds weer hetzelfde: er is niets, maar dan ook niets, wat zoveel invloed op het succes van de student heeft als de docent. Die docenten kunnen daarbij wat hulp gebruiken: afstemming met elkaar en intercollegiale consultatie.

Panellid Luc Verburg, Collegevoorzitter van mbo-instelling Zadkine, stelde hierover dat het er in de kern om gaat hoe we ervoor zorgen dat docententeams zich in staat voelen om dit verschil te maken? Het onderzoek van In ’t Veld komt ook met de aanbeveling meer collectieve professionalisering van docenten te organiseren. 

Hierover zegt Verburg: “Kijk naar zoiets als 'LeerKRACHT', een methode die we nu gebruiken, die docenten helpt samen eigenaarschap te nemen en af te stemmen wat de gezamenlijke belangrijkste doelstellingen en onderwerpen zijn. Op het gebied van leiderschap kun je er ook zo naar kijken, door College en directeuren op een dergelijke manier te laten samenwerken.”

Voor de poort

De langste discussie ging echter over wat er al dan niet voor de poort en bij de intake van studenten moet gebeuren.

In ‘t Veld stelde hierover dat goede motivatietoetsen en vooral een goed gesprek met een gezaghebbend advies zeer wenselijk en rendabel zijn. "Al kost het 300 euro per student, dan nog is het rendabel als het 10% helpt een betere keuze te maken"

Van Welie: "Die gesprekken moeten wel zorgvuldig plaatsvinden. Veel van het al dan niet door de docent geziene talent gaat schuil onder het masker van de sociaal economische status." Studenten die door hun ouders worden voorbereid op dergelijke tests en gesprekken zijn in het voordeel. 

Luc Verburgh: “Testen of toelaatbaarheid veranderen is onzin. De vraag is wat je doet met de studenten als ze eenmaal binnen zijn. Hoe gaat een docententeam met ze om? Hebben ze oog voor talent en halen ze bij die jongeren het onderste uit de kan?”

HR Collegevoorzitter Ron Bormans is het eens met Verburgh maar nuanceert dit ook: “De meeste studenten horen het gewoon te kunnen, laten we zeggen 80%. Maar er komen ook studenten binnen voor wie de lat aan het begin van de studie nu te hoog is. Die moeten we niet weigeren, maar nagaan wat zij nodig hebben om ook succesvol te zijn. Een soort extra aanbod, laten we ze een schakeltraject bieden. Dat zou ik graag samen met het mbo ontwerpen,.”

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.