Ontmoeting 109 | Over zeggen wat je moet zeggen, verantwoordelijkheid nemen voor het grote geheel en leren van fouten

Tweewekelijkse blog van Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

December 2015 was de warmste december-maand ooit. Het was de eerste december die volledig vorstvrij was sinds we het weer op niveau meten, met een minimum van 3,3 graden. Het voelde ongemakkelijk, maar bood ook kansen.

Woensdag 30 december 2015: op mijn verjaardag op de racefiets

Zo gebeurde het dat ik voor het eerst op mijn verjaardag op de racefiets erop uit trok met een van mijn fietsmaten: 80 kilometer door de Hollandse polders, die niet goed wisten of ze tot rust moesten komen of gewoon maar weer aan de lente moesten beginnen. De eerste knoppen stonden op springen.

Bij thuiskomst keek mijn vrouw zorgelijk. Er lag een brief op tafel. Daarin stond dat ROC Leiden haar voormalige bestuurders en toezichthouders aansprakelijk zou gaan stellen voor de geleden schade als gevolg van beslissingen die genomen zijn rondom de huisvesting. Een onaangename verrassing. Niet alleen omdat men daarmee eigenlijk zegt dat je je hele hebben en houden - als een soort straf - maar moet inleveren. Maar vooral omdat een rapport van de onafhankelijke commissie-Meurs had aangegeven dat de aansprakelijkheidstelling voor de toezichthouders niet aan de orde was. En omdat ik als geen ander weet ik wat mijn opstelling als toezichthouder is geweest.

Woensdag 28 februari 2018: “Rechter geeft ROC Leiden veeg uit de pan”

We hebben de koudste 28 februari ooit. In een week met veel vrije tijd en een beetje werken, hoop je dat de fiets van zolder kan. Nee dus: snijdende kou en de schaatsen mogen nog eens uit het vet. Woensdag 28 februari 2018 laten de rechters weten wat ze ervan vinden. Ze laten weinig heel van de claim van de school; sterker nog, ze doen iets wat rechters zelden doen: ze tikken de school op de vingers.

Rechtbank Midden-Nederland  stelt letterlijk: ‘De rechtbank hecht eraan om over de vorderingen voor zover ingesteld tegen de Toezichthouders nog het volgende op te merken. De Commissie Meurs heeft geconcludeerd dat voor nader onderzoek naar persoonlijk verwijtbaar handelen van de leden van de Raad van Toezicht geen aanleiding bestond, omdat er geen grond is om te veronderstellen dat in eenzelfde context, setting en tijd, een anders bezette Raad van Toezicht heel veel anders zou hebben geopereerd. In het licht hiervan is het op zijn minst opmerkelijk dat ROC Leiden c.s. de Toezichthouders desondanks en zelfs zonder specifieke stellingen tegen hen in te nemen in rechte heeft betrokken, zeker als bedacht wordt dat de impact daarvan groot verondersteld kan worden.’

Na de uitspraak voelde ik even een moment van gerechtigheid, maar dat wordt snel ingeruild voor sympathie voor de school. Als iemand in dit dossier geen veeg uit de pan verdient, dan is het het ROC wel. Je wilt als student en docent niet meemaken wat daar is gebeurd. Dat is voor elk betrokken individu heftiger geweest dan voor welke bestuurder of toezichthouder ook. Belangrijk ook: als een school zich gedwongen voelt deze juridische stap te zetten - als gevolg van hijgerige berichtgeving en opgewonden Kamerleden, met soms ruige en diskwalificerende teksten en betrokken partijen die er een belang bij hebben dat de aandacht niet op hen gericht is (met een rapport op de achtergrond dat vegen uit de pan uitdeelt, van accountant tot gemeente of van adviseur tot minister) - dan is mededogen eerder op zijn plaats dan een gevoel van gerechtigheid.

In de rechtbank leren we niet

De grootste verliezer in deze zijn we allemaal. Als dingen juridificeren, wordt het moeilijk ergens van te leren. Angst in het systeem heeft mede aangezet tot juridificering, waarbij vraagstukken die aan een lerende vergadertafel thuishoren of in het publieke debat, in een rechtbank belanden. En eenmaal gejuridificeerd, ontstaat een andere angst omdat je je hoe je het wendt of keert in je existentie voelt aangetast. Dan is het verstandig op je woorden te letten en de nuance te mijden, omdat het genuanceerde betoog je in een juridische context wellicht kwetsbaar maakt. Niets zeggen is in die context beter dan het gesprek publiekelijk opzoeken. Terwijl dat laatste nodig is.

“So next time someone complains that you have made a mistake, tell him that may be a good thing. Because without imperfection, neither you nor I would exist.” Stephen Hawking, 2010

Woensdag 7 maart 2018: wetenschappelijke onveiligheid

De stuurgroep Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs vergadert. We bereiden de grote conferentie voor die we in juni houden bij de Universiteit Utrecht; een conferentie die bedoeld is om het thema van veiligheid in het hoger onderwijs in zijn brede schakering nog eens te agenderen, en om te bepalen hoe we borgen dat veiligheid op alle niveaus dé aandacht krijgt die het verdient. De stuurgroep heeft een groep deskundigen, onder leiding van de Nijmeegse hoogleraar Ira Helsloot, gevraagd ons te adviseren welke thema’s belangrijk zijn en hoe we die een plek moeten geven in onze universiteiten en hogescholen. Ik schrik een beetje van hun advies.

Lage gevoelstemperatuur

De moderne tijd kent vele rechters, met vaak harde oordelen. De sociale media vormen vaak de moderne rechtszaal, met middeleeuwse trekjes. Daar kun je van alles van vinden. De voortdurende oproep tot beschaving is passend, net als gezagsdragers en politici oproepen tot voorbeeldgedrag. Maar het is ook een gegeven. En dus kom je, als je bepaalde opvattingen hebt, snel met de neus in de wind te staan; een wind die guur kan zijn en die de gevoelstemperatuur heftig doet zakken. Niet iedereen voelt zich blijkbaar gesteund om toch te zeggen wat gezegd moet worden. En als wetenschappers dat gevoel hebben, dan is er iets heel ernstigs aan de hand: wetenschappelijke onveiligheid tast het fundament van onze samenleving aan. Waar ik van schrok in het advies van Helsloot cs is het beeld van bestuurders en leidinggevenden die onvoldoende steun geven aan mensen die wél zeggen wat gezegd moet worden (of ons dat nu bevalt of niet). De nieuwe loot aan de (on)veiligheidsstam is wetenschappelijke onveiligheid.

 “Mijn doel is simpel. Ik wil het universum helemaal begrijpen, waarom het is zoals het is en waarom het bestaat.” Stephen Hawking, 1985

Wetenschappers gaan ons voor in het ontrafelen van mysteries; of dat nou de kosmos betreft, of de samenleving; of het nou gaat om het begrijpen van het klimaat of het verklaren van kiezersgedrag. Ze worden gedreven door dat ene: geobsedeerde nieuwsgierigheid. Het enige waar wetenschappers zich aan te houden hebben is het respecteren van de wetten van de methodologie: wetenschap hoort op een betrouwbare en geldige manier bedreven te worden. Maar vervolgens verdienen zij alle steun als zij weerstand ervaren bij het neerleggen van hun bevindingen of hypothesen. Als wetenschappers bang worden omdat ze steun missen van bange bestuurders, dan komen we in een negatieve spiraal terecht. Ik zou willen dat elke bestuurder en leidinggevende binnen hogescholen en universiteiten tijdens het congres in juni, waarbij we het genoemde advies ook gaan publiceren, expliciet gaat verklaren pal te staan voor hun eigen (wetenschappelijke) gemeenschap. En dat hij of zij werkt aan de condities waarin mensen zeggen wat ze menen te moeten zeggen. Nogmaals: of ons dat nou bevalt of niet. Ik denk dat dit meer dan ooit nodig is.

Ik wil graag publiekelijk uitspreken dat ik sta voor de waarde veiligheid en dat medewerkers van Hogeschool Rotterdam recht hebben op die steun.

Donderdag 15 maart: optimisme van de jeugd

In een tijd dat basale waarden, die te maken hebben met het fundament van onze samenleving, onder druk staan. En in een tijd dat heel Nederland naar Rotterdam kijkt, om te zien of de boel een beetje bij elkaar blijft en waarbij landelijke politici Rotterdam als podium kiezen en lokale politici het landelijke nieuwspodium aangeboden krijgen, laat de jeugd zien hoe het moet. Het kan zijn dat het komt doordat een enkele partij het niet nodig vond om op onze uitnodiging in te gaan, maar het verkiezingsdebat dat we op onze hogeschool georganiseerd hebben is én scherp én zoals het hoort.

“Geanimeerd verkiezingsdebat met plaagstootjes”

Niet alle aanwezige studenten kiezen bij het debat op onze hogeschool voor de stelling ´Ik voel me vertegenwoordigd door de politiek´. Sterker nog: de meerderheid geeft aan zich níet vertegenwoordigd te voelen. Gevraagd naar het waarom, geven de studenten aan meestal wel een verbinding te voelen met een bepaalde opvatting of partij, maar minder met de politiek als geheel. Misschien is dat wel een belangrijk symbool. In Rotterdam is er een zodanig brede keuze aan opvattingen en politieke partijen dat de meeste mensen wel een plekje ergens zouden moeten kunnen vinden. Dat is vanuit een democratisch perspectief eigenlijk het summum: in het democratisch tehuis is plek voor iedereen. Dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn, maar is dat zeker niet. Maar terwijl iedereen de kamer in dat tehuis meer inkleurt naar eigen inzicht, is de verbinding met het tehuis wat minder aan het worden. Dat is het risico in de moderne democratie. Dat geldt evenredig meer naarmate de vraagstukken en politici verder komen af te staan van de belevingswereld van mensen.

Ruimte voor het “ik”, zorg voor het grotere geheel

Want diezelfde studenten en aanwezige politici, met hun geprononceerde opvattingen, laten tegelijkertijd zien hoe ook dat laatste onderhouden moet en kan worden. Ze voelen zich veilig en hebben geen angst om te zeggen wat gezegd moet worden, staan voor wat ze vinden, onderbouwen die vanuit hun uitgangspunten én ervaringen. Tegelijkertijd respecteren ze de spelregels van de gespreksleider en respecteren ze elkaar. En ze voorzien hun opvattingen regelmatig van overtuigingen die niet alleen van doen hebben met hun eigen particuliere, soms met identiteit beladen opvatting, maar ook met verwijzing naar het grotere geheel.

Stephen Hawking is dood

De natuurkunde, hoewel ik er niet in ben afgestudeerd, is altijd mijn vak gebleven en ik heb enorm veel van Hawking gelezen en geleerd. Over een moedige man gesproken. Hij durfde de grote vraagstukken aan te pakken - groter kan niet als je de kosmos wilt begrijpen. En dan tegelijkertijd al die mensen weten te inspireren door die grote persoonlijke moed en doorzettingskracht. Een mooier symbool voor de balans tussen zorg en aandacht voor het grote geheel en dat het “ik” er mag zijn, bestaat niet.

Over de auteurs

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.