Ontmoeting 105 | met rugwind het nieuwe jaar in

Tweewekelijkse blog van Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Een jaar geleden maakten we melding van die ene zwaluw die mogelijk de zomer aankondigde. Met enige terughoudendheid. We zagen een eerste teken dat we greep begonnen te krijgen op het vraagstuk van studiesucces: voor het eerst in jaren slaagden meer studenten erin met succes hun propedeuse te halen. Maar de cijfers met betrekking tot het studierendement na vijf jaar knapten nog niet op. Voorzichtig optimisme dus.

Nu, een jaar later, kunnen we vaststellen dat die trend doorzet. Het succes van onze studenten in de propedeuse groeit. En de jarenlange teruggang in aantallen studenten die in staat zijn binnen vijf jaar af te studenten, is gestopt. Die ene zwaluw is een plukje zwaluwen geworden. Als ik een metafoor van mijn geliefde sport wielrennen mag gebruiken: we gaan met rugwind het nieuwe jaar in… Hoewel er ook nog wel wat pittige heuvels te beklimmen zijn… 

De nieuwste cijfers rondom studiesucces: propedeuserendement na één jaar opnieuw gestegen bij alle doelgroepen en vijfjaars rendement eindelijk gestegen

Het eerstejaarspropedeuserendement stijgt al een paar jaar en, sinds vorig jaar, bij alle onderzochte doelgroepen. Deze stijging zet dit jaar onverminderd door.

Propedeuserendement na 1 jaar (in%)

    

Dat is goed nieuws! Wat extra vertrouwen geeft, is dat ook dit jaar de mbo’er weer stappen zet. Drie jaar geleden luidden we de alarmbel omdat veel mbo’ers het steeds moeilijker begonnen te krijgen. Maar nu is bij mbo’ers de stijging van het eerstejaars P-rendement hogeschoolbreed sterker dan bij havisten. Deze relatief positieve ontwikkeling bij mbo’ers is opvallend omdat er de laatste jaren juist bij deze groep zorgen waren over het P-rendement – en de ontwikkeling ervan. Het luiden van de alarmbel met betrekking tot de mbo’er heeft dus zijn werk gedaan, met de kanttekening dat het P-rendement als zodanig bij mbo’ers wel lager is dan bij havisten. Ook tussen studenten met een niet-westerse migratieachtergrond en die met een Nederlandse achtergrond wordt de kloof niet kleiner. De kans op succes in onze hogeschool is groter geworden, maar nog niet voor iedereen. 

Succes in eerste jaar, succes in tweede jaar?

Een tweede kanttekening: we zien weliswaar dat meer studenten al in hun eerste jaar de propedeuse behalen. Maar volgend jaar zal pas blijken of van dit cohort daadwerkelijk meer studenten hun propedeuse haalt. Als we namelijk kijken naar het cohort dat een jaar eerder startte, dan zien we dat ook toen al meer studenten na één jaar de propedeuse haalden, waardoor de groep die met vertraging doorging naar het tweede jaar slonk. Relatief weinig van deze studenten haalden in het tweede jaar echter hun propedeuse, zodat het aandeel van de studenten dat na twee jaar de propedeuse had behaald stabiel bleef en dus ook de groep die het niet lukte om de propedeusefase door te komen.

De onderwijsvernieuwingen, waarvan in de conclusie Social Work als voorbeeld wordt genoemd, hebben vooralsnog geleid tot een versnelling van het studietempo, maar nog niet tot een toename van het aantal studenten dat de P-fase doorkomt. We zullen dus niet alleen onze aandacht moeten richten op het eerste jaar, maar ook beter gaan kijken wat er in het tweede jaar gebeurt.

Dezelfde ontwikkeling zien we bij het diplomarendement; een stijging van het 5-jaars rendement (die we dit jaar voor het eerste waarnemen) leidt niet tot een hoger 8-jaars rendement, zo zal verderop in het stuk blijken. Dat komt voor een belangrijk deel natuurlijk omdat bij deze cijfers steeds sprake is van verschillende cohorten studenten.

Bodem bereikt: vijfjaars diplomarendement eindelijk licht gestegen

Net als andere hogescholen kampten wij jarenlang met een dalende trend in het 5-jaars rendement van studenten. We zijn de afgelopen jaren bovendien harder gedaald dan andere hogescholen. De landelijk vast te stellen ‘klap’ is bij Hogeschool Rotterdam harder aangekomen. Het herstel lijkt nu ingezet, hoewel de mbo’er in deze cijfers – het gaat tenslotte om oudere cohorten studenten – nog terrein verliest ten opzichte van de havist. Zoals we vorig jaar al verwachtten, heeft de relatieve daling van het succes van de mbo’er ten opzichte van de havist doorgezet. Het succespercentage van mbo-studenten is voor het eerst onder de havisten uitgekomen. Relativering: dat was te voorspellen op basis van de gegevens van vorig jaar, toen we de problemen identificeerden in een vroeger stadium van de studie. Anders gezegd: als studenten massaal uitvallen in het begin van de studie, zie je dat vijf jaar later terug in de getallen met betrekking tot studiesucces binnen vijf jaar.

Vorig jaar merkten we ook op dat de combinatie van geslacht en herkomst* (het al dan niet hebben van een niet-westerse migratieachtergrond) grote verschillen in studiesucces laat zien. Dit jaar zien we dat havisten in toenemende mate binnen vijf jaar hun diploma weten te behalen. Deze ontwikkeling zien we bij mannen en vrouwen, bij studenten van Nederlandse komaf en juist degenen met een niet-westerse migratieachtergrond. Het relatief grootste herstel zien we bij vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond, komend van het havo.

(*) Hogeschool Rotterdam volgt het advies van het Centraal Bureau voor de Statistiek om de begrippen ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ aan te passen naar ‘personen met een Nederlandse of een migratieachtergrond’. De definitie waarop de terminologie gebaseerd is blijft gelijk. 

Diplomarendement na 5 jaar (in %)

      

Of – en zo ja, in welke mate - deze verbetering zich ook bij andere hogescholen voordoet, weten we pas in het voorjaar. De cijfers tot en met cohort 2011 laten zien dat Hogeschool Rotterdam het niet goed doet in vergelijking met de rest van Nederland. Met de Randstad als referentie doen we het net iets beter dan het gemiddelde, maar – de eerlijkheid gebiedt dat te zeggen – ons rendement is de afgelopen jaren relatief snel gedaald.

Ba diploma (in %)

Voor de fijnproevers: de percentages in de figuur staan voor het percentage studenten dat in 2011 (resp. 2008) is begonnen met een voltijd/duale bacheloropleiding bij één van de getoonde hogescholen en binnen vijf jaar een hbo-diploma heeft behaald. Dat is meestal bij dezelfde opleiding en instelling waar ze zijn gestart, maar kan ook bij een andere opleiding en/of een andere hogeschool zijn. Daarom liggen de percentages hoger dan wanneer we naar bovenstaande figuur kijken.

Ontwikkeling Ad richting regulier bacheloronderwijs

In Rotterdam bieden we naast de bacheloropleidingen ook de Associate degreeopleidingen aan. Deze opleidingen hebben we samen met het mbo ontworpen en worden in samenwerking met het mbo aangeboden, speciaal voor de mbo’er. Terwijl we bij onze bacheloropleidingen zien dat de mbo’er zich begint te herpakken, zien we hier vooralsnog een grilliger beeld: Bij studenten uit cohort 2012 en vooral 2013 zien we een daling van het percentage studenten dat na drie jaar een diploma haalt. De percentages krabbelen weer wat op als we naar cohort 2014 kijken. Het is echter onzeker of deze stijging doorzet bij studenten uit het volgende cohort, 2015. Nadere bestudering van de cijfers bij het Ad laat zien dat minder studenten uit dit cohort stopten in het eerste jaar, dit ten opzicht van cohort 2014. Maar de studenten die doorgingen naar het tweede jaar waren juist minder vaak in staat om binnen twee jaar hun diploma te behalen.  Er zijn dus nog flink wat vertragers bezig met hun studie. Volgend jaar zullen we dus weten of ook bij het Ad het dal is bereikt. 

Bovendien zijn – net als bij de bacheloropleidingen - de verschillen tussen studenten met een Nederlandse achtergrond en studenten met een niet-westerse migratieachtergrond groot. Deze situatie bij de Rotterdam Academy is extra pregnant gelet op het (nog) grotere aandeel Ad’ers met een niet-westerse migratieachtergrond (44%) dan bij bacheloropleidingen (31%). Ad-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond lopen kennelijk tegen dezelfde problemen aan als degenen die een bachelorstudie volgen. Tevens zien we zowel bij Ad als bij Bachelor dat vrouwen een hoger rendement laten zien dan mannen en dat de havist recentelijk beter scoort dan de mbo’er. Bij Ad moet wel de kanttekening worden geplaatst dat het aandeel havisten veel lager is (rond de 20%) dan bij Bachelorstudies (meer dan 50%).

Ad diplomarendement na 3 jaar (in %)

   

Minder studenten die lang over hun studie doen, onvermijdelijke daling van 8-jaars rendement

Het zijn golfbewegingen, waar we het steeds over hebben: een problematiek die zich cohortsgewijs voltrekt. Zo zal het vraagstuk dat zich drie jaar geleden manifesteerde als een vraagstuk in termen van uitval na vijf jaar, zich nu manifesteren als een vraagstuk van uitval na acht jaar. Met andere woorden: was het 8-jaars rendement tot nu toe de afgelopen jaren vrij stabiel, de komende jaren zal daar verandering in komen. We zien dat het aantal studenten dat relatief lang over hun studie doet, afneemt. Dat is goed nieuws, aangezien een groot deel van deze inherent kwetsbare groep alsnog afstudeert. 

Studerend na 5 jaar (in %)

    

Maar die ontwikkeling compenseert onvoldoende het probleem van oudere cohorten van een relatief hoge uitval in de eerste vijf jaar, vaak al in het eerste jaar. Dit betekent dat het 8-jaars diplomarendement automatisch zal dalen. Bij cohort 2012 kan het diplomarendement onmogelijk boven de 48% uitkomen (34,1% heeft diploma na vijf jaar + 13,8% studeert nog na vijf jaar =47,9%). We weten nu dus al zeker dat het 8-jaars rendement in de toekomst gaat dalen.

Conclusie

Werk aan de winkel, zeiden we vorig jaar. De conclusie dit jaar: blijvend werk aan de winkel. Maar we kunnen wel vaststellen dat we dat deze keer doen met iets meer wind in de rug. Onze maatregelen werken. Dat wordt goed geïllustreerd door de individuele opleidingen die de handschoen hebben opgepakt. Neem bijvoorbeeld Social Work, een opleiding/instistuut waar een grootschalige onderwijsvernieuwing is doorgevoerd. Social Work werd recent ‘beloond’ met een mooie accreditering; een vernieuwing die ook zijn vruchten afwerpt waar het gaat om studiesucces. Studenten versnellen niet alleen, maar zijn duidelijk succesvoller in het halen van hun propedeuse in één jaar. Het P-rendement na één jaar is bij cohort 2016 met 57,6% niet alleen veel hoger dan het eerstejaars P-rendement bij cohort 2015 (26,9%) maar ook hoger dan het totale P-rendement (na twee jaar) bij dat cohort (55,8%).

P-rendement

We kunnen van dit soort voorbeelden leren wat werkt. Intensief onderwijs, met een duidelijk beroepsprofiel, goed gestructureerd, met docenten die hun pedagogisch vakmanschap koesteren en verstaan en de lat hoog leggen.

Met deze boodschap en maatschappelijke opdracht gaan we het jaar 2018 in!

Met dank aan Maaike Bajwa-de Visser

Over de auteur

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.