Ontmoeting 121 | Getallen: kwetsbaar, omdat ze alles én niets zeggen…

Tweewekelijkse blog van Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Deze blogpost gaat over getallen, maar vooral over het verhaal daarachter. "Met een getal open je het gesprek, maar je sluit het er zelden mee af." Over de Keuzegids, studiesucces, het bsa en de open dag.

Ik was ooit voorbestemd om fysicus te worden. Je kent het wel, gymnasium-B en dan op routine naar de dichtstbijzijnde universiteit, in mijn geval TU Eindhoven (in mijn tijd nog TH). Totdat die universiteit mij niet bood wat ik zocht en ik dus – na mijn propedeuse natuurkunde - een radicale switch maakte door politicologie / bestuurskunde in Nijmegen te gaan studeren. Of meespeelde dat ik van 32 contacturen naar 4 ging, weet ik niet meer …. Die vrij ondoordachte stap heeft me uiteindelijk veel gebracht en sindsdien probeer ik mijn analytische inslag te combineren met maatschappelijke betrokkenheid. Combineer ik het talige met een blijvende fascinatie voor het getal.

Het getal, robuust in zijn vorm, spannend vanwege het altijd aanwezige, achterliggende verhaal. Het getal heeft het moeilijk. In een tijd van nepnieuws verliest het soms zijn vanzelfsprekende zeggenschap. Het getal is soms ‘ook maar een mening’. Aan de andere kant ontstaat weerstand tegen het verabsoluteren van het getal en het erop sturen. Duwen mensen het getal te gemakkelijk in de hoek van het rendementsdenken, of vrezen ze te snel de afrekening.

Een getal indiceert iets. Het geeft houvast in het gesprek en dwingt ons tot precisie. Dat heeft een enorme waarde, doordat het ons dwingt niet zo maar iets te beweren. Maar juist omdat het een indicatie is, moet je ook altijd op zoek naar het verhaal achter het getal. En uitkijken voor het verabsoluteren.

Met een getal open je het gesprek over kwaliteit van het onderwijs, je sluit het er zelden mee af.

Van brokkenpiloot tot kwaliteitsschool

Het kan snel gaan met een school. Sta je onder aan een lijstje ben je een ‘brokkenpiloot’ of ‘slechte school’, zet je een paar stappen, ben je weer een kwaliteitsschool. De kwaliteitslijstjes zijn populair deze dagen en het reputatie-effect is groot. Dus wordt in de bestuurskamer met spanning uitgekeken naar het verschijnen van de kwaliteitslijstjes en bereidt men zich voor op wat komen gaat. Naar individuele uitingen kijkend begrijpelijk maar kijk je naar het geheel dan komt het niet helemaal geloofwaardig over: de winnaars kraaien triomf, de verliezers zoeken naar de lichtpuntjes en vergroten dat uit of komen met verontschuldigingen.

Studenten verdienen de best denkbare informatie

Tijdens de zogeheten DAIR-conferentie, de landelijke conferentie voor beleidsonderzoekers op 7 november mag ik mijn eerder geventileerde kritiek op de Keuzegids HBO nog eens toelichten. Die kritiek gaat niet over het belang dat (aanstaande) studenten de best denkbare informatie krijgen zodat ze de keuze maken die het beste bij hen past. Ik voel een beetje plaatsvervangende schaamte als ik de hoofdredacteur van de Keuzegids, Frank Steenkamp, overtuigend zie aantonen dat er nog al wat universiteiten en hogescholen zijn die de aanwezige informatie rommelig presenteren en soms zelfs een beetje misleidend richting studenten. Dat kan niet. Ik zoek oogcontact met een collega van me in de zaal omdat ik niet zou willen dat ‘mijn’ hogeschool zich daar schuldig aan maakt. Ze knikt geruststellend. Ik hoor het overigens graag als mensen vinden dat we dat niet goed doen.

Tekst gaat verder onder de foto.  Foto open dag 10 november op Kralingse Zoom, foto Studievoorlichting.

Pervers mechanisme

De kritiek gaat ook niet over het fenomeen van de Keuzegids als zodanig. Ik vind het oprecht heel knap wat er is neergezet. Maar, het succes dreigt zich tegen het fenomeen te keren. De indicatie van de kwaliteit die de Keuzegids geeft op het niveau van de opleiding is min of meer valide. Er zitten weliswaar allerlei keuzes in die geen onderwerp zijn van een publiek debat – de Keuzegids is een privaat product – maar toch. Als je als opleiding hoog in dat lijstje staat, zegt dat iets. En als je laag staat, zou ik iedereen goed adviseren om goed op zoek te gaan naar het verhaal achter die lage positie. Het getal is een indicatie, het verhaal achter het getal is van belang, wat vaak nog beter af te lezen is aan de zogeheten delta (een statistische eenheid):  de positieve of negatieve ontwikkeling die dat getal ook uitdrukt. Het verhaal achter het getal is echter steeds moeilijker te vinden als de getallen worden omgezet naar de uiteindelijke lijstjes en het verhaal verdwijnt als gevolg van een pervers mechanisme.

Onderwijs als reputatiemarkt

Dat mechanisme begint met de keuze van het algoritme waar de score op gebaseerd is. Dat lijkt overtuigend, maar is niet meer dan een beredeneerde keuze van een redactie van een tijdschrift. De tweede stap bestaat uit het aggregeren van het getal naar een hoger niveau, ook hier op basis van een rekenmethode van de redactie (vandaar dat de Keuzegids andere beelden laat zien dan – bijvoorbeeld - Elsevier). De derde stap – de meest perverse zou je kunnen zeggen – is dat de uiteindelijke lijstjes onderwerp worden van slordige berichtgeving, door journalisten die er absolute duidingen aan geven (“De beste hogeschool staat in…..”) of ronduit slordige (“De slechtste hbo is dit jaar ….”).

Dilemma als bestuurder

Voor mezelf creëert dat een dilemma. Ik ben niet aangesteld als criticaster van de Keuzegids, maar als bestuurder van een mooie hogeschool. En dus moet ook ik de reputatie van de school bewaken. Dit is het spel, zo wordt het gespeeld. Daarom spit ik de Keuzegids uit, samen met mijn mensen en schroom ik niet om – bijvoorbeeld – de hoofdredacteur erop te wijzen dat ik niet begrijp waarom onze pabo – verreweg de beste van de Randstad volgens de gids – zo’n zuinige tekst mee gekregen heeft en niet een Topopleiding genoemd wordt. Dus laat ik het gebeuren dat mensen de hogeschool de beste grote hogeschool van de Randstad noemen. Het is namelijk leuk om dat te zijn en onze mensen én studenten verdienen dat positieve gevoel.

De NSE staat op het spel

Maar ik blijf de relativering zien én uitspreken. Omdat we het anders te serieus gaan nemen en dan keert het zich tegen ons. Dan komt het zinvolle getal zelf te veel onder druk te staan. Mogelijk is dat gaande rondom de discussie over de privacywetgeving bij de meting van de studenttevredenheid (NSE). De bruikbaarheid van de NSE als mechanisme voor kwaliteitsbewaking staat onder druk als gevolg van strengere regels rondom privacy. Dat leidt tot steeds steviger geluiden of we er dan niet mee  moeten ophouden. Mogelijk zijn deze geluiden net iets sterker als gevolg van de verabsolutering van de getallen die we hebben laten ontstaan, met alle schadelijke effecten van dien. Mogelijk is het uiteindelijke effect dat we met lege handen staan. En dan zijn we weer terug bij af en missen we die waardevolle getallen die we als kwaliteitsindicaties zo nodig hebben…..

“Laten we het vooral niet teveel over de bsa hebben”

De minister gooide een steen in de vijver, begin september: het bindend studieadvies moet over de hele linie terug naar 40 studiepunten. Een storm van protest stak op, met name vanwege het feit dat instellingen niet in het voornemen gekend waren. Mijn grote bezwaar was – niet is, want de minister heeft inmiddels aangegeven graag in gesprek te gaan – dat zij een uniforme norm wilde vastleggen.

Getallen hebben niet alleen een achterliggend verhaal als het om kwaliteitsindicaties gaat, getallen schreeuwen ook om goede kwalitatieve inbedding als het om beleidsparameters gaat. Geïsoleerd een getal plakken op een bsa is onverantwoord. Er zijn te veel wegen die naar Rome leiden en over die wegen loopt een zodanige variëteit aan studenten, dat we die bsa moeten willen inbedden in specifieke onderwijskundige contexten. Waarbij we in mijn ogen ruimte moeten bieden voor verschillende normen. In sommige contexten is een lagere norm passender, in andere een relatief hoge.

Meetup 2 Commissie Studiesucces Hogeschool Rotterdam

In het souterrain van De Machinist zijn deze 8 november op uitnodiging van de Commissie Studiesucces zo’n 80 collega’s bijeen om na te denken over met welke maatregelen het studiesucces bij de hogeschool vergroot kan worden. De commissie is ooit in het leven geroepen om antwoord te geven op een passend bsa-beleid voor Hogeschool Rotterdam. Nu valt op dat het begrip bsa nauwelijks valt. Dat is geen uitdrukking van het feit dat we zonder meer zonder kunnen, maar wel van de noodzaak studiesucces meer integraal te bekijken, waarmee het bsa-beleid ingebed wordt in een bredere aanpak.

Waarom programmeren we niet op vijf jaar in plaats van vier jaar?

Er is iets geks aan de hand, als je kijkt naar onze aanpak van de te grote uitval uit onze opleidingen. We ontwerpen ons onderwijs vanuit een vierjarig programma omdat de nominale studietijd nu eenmaal vier jaar is. Met als risico dat we studenten gedurende vier jaar beschouwen als student en daarna als langstudeerder, vaak met specifieke, correctieve programma’s. Waarom stoppen we die correcties niet alvast in het programma? Mocht dat het programma  te lang of te zwaar maken, waarom gunnen we studenten dan niet meer tijd?

Als we hen die tijd niet gunnen, nemen ze die zelf. Of haken af…..

De tijd dat studenten er gemiddeld over doen is beduidend hoger dan vier jaar. Waarom programmeren we daar dan niet op en gunnen we sommige studenten net wat meer ruimte en bieden we anderen de kans te versnellen? Voor de goede orde (om dat misverstand maar meteen van tafel te halen): geld is niet het issue. De bekostiging werkt in alle gevallen identiek: we krijgen geld zodra mensen afstuderen, het maakt niet uit wanneer ze afstuderen.

“Onze pabo is toch echt de beste van de Randstad”

Het is zaterdagochtend, 10 november. Ik wandel langs een aantal opleidingen van onze hogeschool: open dag. Altijd leuk om te doen. Praatje hier, praatje daar. Zet hier en daar een stoel recht, luister naar gesprekjes tussen ouders en hun kinderen, erger me een beetje aan de rommel die de stevige herfstwind ons terrein opgeblazen heeft, maar geniet vooral van de bevlogen verhalen van onze mensen. En passant ben ik aanwezig bij een reünie van Electrotechniek-alumni. Het initiatief daartoe komt voort uit een ontmoeting met een zakelijke relatie van me. Twee klassen van het jaar 1979 weer in de collegebanken. De mannen genieten en hebben weer het speelse van de student. De opleiding heeft veel voor hen betekend en veel heren bieden dan ook hun steun aan om deze opleiding (afgelopen jaren drie keer Topopleiding Keuzegids) nog mooier te maken.

Tekst gaat verder onder de foto. Open dag bij RAC op Museumpark, foto Studievoorlichting.

Een deel van de wandeling doe ik samen met mijn vrouw; ze werkt als verpleegkundige, dus is het in het bijzonder leuk die opleiding te bezoeken. Op weg naar de auto loopt zij een oud-collega tegen het lijf, die samen met haar dochter bij ons de open dag bezoekt. De dochter is er nog niet uit. Een van de opties is de pabo, maar dan in een andere stad. Ik doe een poging haar naar Rotterdam te halen.

“Heb je de Keuzegids al goed bekeken? Moet je doen. Dan zie je dat onze pabo toch echt de beste is van de Randstad.” Ik durf het te zeggen. Want ook als je naar het verhaal achter dit cijfer kijkt, kom je tot dezelfde conclusie….

Over de auteurs

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.