Ontmoeting 108 | het banenbusje staat voor de deur

Tweewekelijkse blog van Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur

Het is echt gebeurd. Een van onze studenten Informatica heeft het nog eens verteld. Er stond een busje geparkeerd bij ons voor de deur, waarin studenten direct op gesprek konden voor een (bij)baan. Schuifdeur open, plaatsnemen op de bank, pen en papieren om te tekenen lagen klaar.

Dat is natuurlijk mooi voor die studenten. Ook voor onze studenten van de lerarenopleidingen die als leerkracht direct aan de slag kunnen, zelfs zonder dat ze hun diploma hebben. En het perspectief dat we studenten verpleegkunde en techniek kunnen bieden, is uitstekend. Maar dat geldt eigenlijk hbo-breed, zij het met nuances.

De wereld is in korte tijd veranderd. We hebben nog maar net het paradigma van de crisis afgelegd en zijn terecht gekomen in een paradigma van (grote) tekorten op de arbeidsmarkt, oftewel het paradigma van de schaarste.

De macrocijfers laten het zien. Werkloosheid onder hbo'ers was in 2013 7,3 procent. In 2016 was dat cijfer geslonken tot 4,6 procent. Daarvan had 80 procent een baan op hbo-niveau, tegen 74 procent nog maar twee jaar eerder. Als je dit soort percentages aan economen voorlegt, zullen ze spreken van een krappe arbeidsmarkt, in de wetenschap dat een dergelijk percentage nooit naar nul gebracht kan worden. Er zal immers altijd sprake zijn van frictiewerkloosheid.

Plus: dit zijn macrogegevens: de situatie kan bij bepaalde opleidingen nijpender zijn. En: die trend zet door, zo merken we aan alles: kinderen die naar huis gestuurd worden omdat er geen leerkrachten zijn, operatiekamers die dicht moeten omdat de griepgolf het personeelstekort blootlegt, bedrijven die wanhopig aankloppen bij ons, recruiters die overuren maken en hun omzetten zien stijgen.

Een recruiter van een softwarebedrijf lachte toen hij het verhaal van het banenbusje hoorde en zei: "Je wilt niet weten wat we allemaal doen."

Donderdag 25 januari: mbo-studenten klaar voor de PABO

De mbo'er heeft het de afgelopen jaren moeilijk gekregen om de PABO binnen te komen. Het niet aansluiten van de mbo-opleiding op de eisen van de PABO en de toetsen die men voor de poort moet afleggen, is voor velen een te grote horde.

Daar willen we iets aan doen, want we hebben die mbo'ers wel nodig in ons onderwijs. Dus hebben we een feestje georganiseerd om de mbo'ers in het zonnetje te zetten die met succes het zogeheten doorstroomprogramma hebben doorlopen: een traject dat voortdurend gepaard gaat met chagrijn van mijn kant omdat de wet, de regels en het systeem niet bepaald bevorderlijk zijn voor dit soort initiatieven.

Gelukkig wordt daar inmiddels tot op het niveau van de Tweede Kamer met de minister over gesproken. Vandaag dus geen chagrijn, maar feest. We bieden jongeren een perspectief dat voorheen ver weg leek. We doen iets aan (de dreiging van) de lege klassen.

Innoveren met behoud van niveau

Het doorstroomprogramma illustreert op een mooie manier hoe we met de vraagstukken van tekorten zouden moeten omgaan: innovatieve oplossingen zoeken, met behoud van niveau. Het grootste risico dat we lopen, nu we terecht zijn gekomen in een paradigma van schaarste, is dat we concessies doen aan het niveau. Je hoort dat pleidooi nu al. Liever een minder goede leraar dan geen leraar.

Waar we vooral voor moeten waken is een sluipende erosie van het niveau. In dat paradigma van de schaarste zullen we de komende jaren verleid worden flexibele opleidingsprogramma's te ontwikkelen, te overwegen of al dat onderwijs wel nodig is om een goede professional af te leveren, of we niet snel mensen kunnen omscholen. De claim dat het mogelijk is om leerkrachten basisonderwijs in één jaar op te leiden horen we al in Rotterdam. Gaan we niet doen.

Daar waar schaarste is, zullen bedrijven zich melden met het aanbod dat ze veel sneller docenten, verpleegkundigen, ICT'ers, et cetera kunnen opleiden dan scholen dat doen. Flexibilisering, maatwerk, eerder verworven competenties, zij-instroom, hybride professionals, verkorte trajecten, training-on-the-job, het zijn de begrippen die met de intrede van het paradigma van schaarste door de vergaderkamers gieren.

Kansrijke begrippen, begrijpelijk, we moeten innovatief zijn. Maar de geschiedenis leert ons dat slordige, haastige invulling ervan (onder druk om maar te leveren), tot niveauverlaging kan leiden. En dat moeten we nooit laten gebeuren, daar waar met name het hbo de afgelopen jaren enorme stappen gezet heeft, waar het het onderwijsniveau betreft. Als je van mening bent dat dat hoge niveau er moet zijn, dan moet je ernaar handelen. En dan moet je de maatschappelijke druk durven weerstaan.

In een recent Kamerdebat visualiseert SP-Kamerlid Peter Kwint de zorg om koste wat het kost mensen voor de klas te zetten als volgt: "Tegen een hersenchirurg zeg je ook niet: begin maar vast."

Woensdag 14 februari: Derde Maasvlakte, tweede Erasmusbrug, eerste IT-Campus

Valentijnsdag. De leden van het panel krijgen een doosje chocolade na afloop. Voor diegenen die Valentijnsdag thuis vergeten zijn, mogelijk een redding. Het panel gaat over de vraag wat we kunnen doen aan de enorme vraag naar ICT'ers. Ron Kooren, bestuursvoorzitter Albeda, heeft een bijeenkomst over de komst van een IT-Campus georganiseerd in zijn rol als bestuurder VNO/NCW, waar overheid, bedrijven en scholen bijeen zijn om na te denken over hoe we iets kunnen doen aan tekorten aan IT-specialisten. Het decor is onze RDM-Campus.

Tekst gaat onder de foto verder.
Ron Bormans tijdens de eerste IT-Campus

Als je er wat beter naar kijkt, is het eigenlijk een beetje gek. De belangrijkste kwaliteit die Nederland heeft – naast haar ligging en voorheen het gas – is het kennisniveau van zijn bevolking. Waarmee de belangrijkste strategische variabele in de collectieve handen ligt van onze 16-, 17- en 18-jarige mede-Nederlanders. Natuurlijk, die keuze kunnen we beïnvloeden door mooi onderwijs aan te bieden, door goed voor te lichten en we hebben altijd nog het grove instrumentarium van de numerus fixus achter de hand.

Maar dat doet niets af aan de kern: de collectieve keuzes van onze jeugd zijn voor een deel bepalend met welke collectieve set aan kwalificaties we als samenleving de toekomst tegemoet treden. Wat die kwalificaties zijn, van welk niveau en hoe ze verwerkt zijn in ons onderwijs, bepalen wij ouderen. De jeugd bepaalt in welke samenstelling die kwalificaties verworven worden. En die vrijheid van keuze is een groot goed. Ook in het paradigma van schaarste. En dat collectieve keuzeproces beïnvloed je alleen maar als je bijzondere dingen doet.

Er moet een Erasmusbrug bij in Rotterdam 

Vanuit dat besef bepleit ik tijdens het panel om ons streven iets te doen aan de tekorten van ICT'ers in onze regio het Rotterdamse ambitieniveau mee te geven dat ten grondslag lag aan de Tweede Maasvlakte, de Erasmusbrug, de Markthal. Je beïnvloedt dat keuzeproces van jonge mensen niet door een extra stageplek hier in te richten, een gastdocent daar.

Dat zijn marginale verbetering voor opleidingen die in feite in een soort overlevingsstand staan. We zien bij Hogeschool Rotterdam een stevige groei aan studenten, maar hebben grote moeite om personeel te vinden. Ook wij ervaren de schaarste. Je komt er alleen als je in de overtreffende trap durft te gaan.

Ambitie

Je komt er alleen als je durft uit te spreken dat alle 50.000 kinderen in het primair onderwijs programmeerlessen krijgen, als je nieuwe 'technasia' durft te stichten, waarbij ICT-vaardigheden de plek van Latijn en Grieks in de klassieke gymnasia overnemen, als je bestaand aanbod van tweejarige Ad-opleidingen in de ICT gaat zien als een enorme nascholingskans, ook voor wo-afgestudeerden, als je een fysieke plek creëert met de mooiste spullenboel die denkbaar is zodat we internationaal talent kunnen aantrekken, als je Rotterdam opent voor vluchtelingen die gretig zijn hun ICT-vaardigheden voor de stad en regio in te zetten, als je als eerste ervoor zorgt dat de beste mensen voor de klas komen te staan, in plaats van onze studenten uit de collegebanken te roven. Als je als regio bereid bent 100 miljoen euro op tafel te leggen.

Voorzichtig optimisme. Er zijn ondernemers aanwezig die vanuit die drive hun bijdrage willen leveren en groot durven te denken. Als we dat in die Rotterdamse metafoor van het grote bouwproject à la derde Maasvlakte kunnen krijgen, wordt het wat.


Woensdag 21 februari: één op de vier studenten wil ingenieur worden

Al weer een hele poos slaan hogescholen en ondernemers de handen ineen om ervoor te zorgen dat we meer ingenieurs afleveren. In 2011 is dat samengevat in de ambitie om minimaal één op de vier studenten die instromen, dat te laten doen in een techniekopleiding. We zaten toen op één op zes, zitten nu op één op vijf.
Bij Hogeschool Rotterdam stroomt één op vier in bij een technische opleiding. We leveren inmiddels bijna 1.000 ingenieurs per jaar af. Dat zijn mooie getallen, een illustratie van het feit dat als je het collectieve keuzeproces van jonge mensen wilt beïnvloeden, je een lange adem moet hebben: mooi onderwijs aanbieden, een mooie werkomgeving creëren met goede beloning en stug doorwerken.

Techniekvisie Hogeschool Rotterdam

De dag dat we dat vieren begint schitterend op onze RDM-Campus: de zon licht die innovatieve plek prachtig uit. Veel mensen die op weg zijn naar ons techniekontbijt – in het zogeheten Innovation Dock - maken snel een foto van die historische gebouwen van de RDM-werf aan de Waalhaven.

Het ontbijt hebben we om drie redenen georganiseerd. De eerste is om techniek te vieren. De tweede is om studenten in gesprek te brengen met ondernemers. De derde is om stil te staan bij onze techniekvisie die we lanceren. Een visie die zich niet uitdrukt in kwantiteiten ditmaal, maar vooral gaat over wat we kwalitatief voor elkaar willen krijgen.

Allard Castelein, de baas (beter gezegd: CEO) van het Havenbedrijf Rotterdam schetst nog eens de enorme transitie die gaande in het haven-industriële complex. Hij doet dat met een enorme trots op de haven zoals die er nu is en met een drive die nodig is om diezelfde haven voor te bereiden op een toekomst die we niet kennen, maar waarvan we wel weten dat die ooit zijn fossiele fundament verliest, met logistieke bewegingen die als gevolg van andere productietechnieken op een andere grondslag gevestigd zullen zijn, die ICT- en technologisch doortrokken zal zijn.

RDM-Campus als uitdrukking van Rotterdamse ambitie

In die onzekere dynamiek zijn wij als hogeschool partner, door degelijke, kennisrijke opleidingen aan te bieden, die jonge mensen ook de interdisciplinaire kant van hun vak laten zien, hun aanzetten tot het zoeken van innovatieve oplossingen en hen een kijkje gunnen in die keuken waar het toekomstige gerecht wordt bereid.
Als je als school de toekomst niet kent, moet je jonge mensen alles leren van heden en verleden én een glimp laten zien van de dynamiek die ons naar die toekomst brengt. Nog beter dan we nu doen, gaan we de boekenwijsheid verbinden met de dynamiek van de bedrijven waar we onze studenten voor opleiden. Dat we dat met behulp van het Havenbedrijf in die schitterende context van de RDM-Campus mogen doen, is iets om dankbaar voor te zijn.

Het banenbusje staat voor de deur

Wat doet een school als een banenbusje voor de deur staat? Als je je realiseert wat de effecten daarvan kunnen zijn, dan heb je de neiging de chauffeur van dat busje te sommeren op te krassen. Op een slordige manier jonge mensen banen aanbieden, lost alleen kortetermijnproblemen op.

Het probleem van de langere termijn is dat die jonge mensen mogelijk nooit afstuderen, wat hen in een latere fase van de loopbaan gaat opbreken, de school zit met een enorme problematiek van studenten die heel lang over hun studie doen, met alle bedrijfseconomische effecten van dien, scholen zien hun eigen 'onbevoegdheidsprobleem' groeien et cetera. De erosie van het niveau vindt sluipenderwijs plaats.

Kom binnen

Maar wegsturen heeft geen zin. Waar schaarste is, zien mensen kansen. Ik zou zeggen: kom binnen en laten we samen nadenken hoe we ons verhouden tot dat nieuwe paradigma van schaarste. Het is mooi dat studenten zinvol werk doen, tijdens de studie, maar laten we ook contractueel vastleggen dat ze daarna netjes afstuderen. Kortom, stuur het busje niet weg, maar laten we samen proberen tot spelregels te komen hoe we de zich verder verdiepende schaarste te lijf gaan.

Wij zullen ons zo gaan opstellen dat die bedrijven en organisaties die niet alleen hun eigen belang dienen, maar ook denken vanuit het belang van de school en met name vanuit het langetermijnbelang van studenten, onze partners zullen zijn.

 

Over de auteurs

Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.

We gebruiken cookies om de website te verbeteren.