Menu Zoeken English

‘Nieuwsgierig zijn naar student loont!’

Myrthe Metsch, docent/coach bij werktuigbouwkunde

Myrthe Metsch is geboren en opgegroeid in Lelystad, ze heeft een Surinaamse moeder en een Nederlandse vader. Ze deed de Pabo (niet afgemaakt) en studeerde Communicatiemanagement op de Hogeschool van Amsterdam. Na een baan in de IT werkt ze sinds 2014 op Hogeschool Rotterdam. In september 2018 is ze gestart met de master Educational Needs van het Seminarium voor Orthopedagogiek. Ze is single en woont in Den Haag.

Sommige collega’s op onze hogeschool noemen haar zweverig en vinden dat haar aanpak softies van studenten maakt. “Bijvoorbeeld als ik voorstel: ‘Laten we deze student een derde kans gunnen’,” zegt Myrthe Metsch. “Ik neem studenten vaak apart om naar hun verhaal te luisteren en denk met ze mee. Dat wordt door die collega’s beschouwt als ‘knuffelen’. Maar het maakt mijn werk juist leuk en geeft me energie.”

Betekenis

Het was voor de 32-jarige Metsch even zoeken welk beroep het beste bij haar paste. Ze is niet iemand die houdt van vaste regels die voor iedereen gelden; ieder mens is immers anders. Het is de reden dat ze met de Pabo stopte. “Ik zat al in het laatste studiejaar,” vertelt ze. “De citotoetsen werden steeds bepalender in het basisonderwijs; ik werd daar niet gelukkig van. Ik wilde niet alleen doen wat de overheid voorschreef.”
Ze stapte over naar de studie Communicatiemanagement, maar daarin miste ze het betekenisvolle wat ze in het onderwijs wel voelde. Dat werd alleen maar erger toen ze daarna een baan in de IT-sector kreeg. “Ik realiseerde me: ik wil het verschil maken en zo doe ik dat niet.”
Nadat een vriendin haar attendeerde op een baan bij Hogeschool Rotterdam kwam ze op haar plek terecht. “Hier heeft mijn werk wél betekenis. En ik vind de doelgroep leuk: jonge mensen die aan het begin van hun leven staan en richting zoeken. Ik wil hen daarbij helpen.”

Stramienen

Metsch zit in een divers onderwijsteam van 27 medewerkers met verschillendeachter gronden en opleidingsniveaus. Ze voelt zich daarin thuis. Op haar afdeling is door de diverse onderwijsmanagers aandacht besteed aan het formuleren van een pedagogisch-didactische visie die past bij hun type studenten en het werkveld waarvoor ze opleiden. Sinds een aantal jaar is daarin dus ook aandacht voor inclusiviteit, een thema dat Metsch zeer aanspreekt. “Ik groeide als half Surinaamse op in een omgeving waar zo’n andere culturele achtergrond niet de standaard was,” vertelt ze. “We aten thuis anders en vierden andere feesten. Als kind liep ik tegen vooroordelen aan en had ze zelf ook. Ik was me er heel bewust van dat ik ‘normaal’ moest zijn.”
Als jongvolwassene ging ze zich steeds meer tegen vooroordelen verzetten. Ze wilde niet in hokjes denken – ‘in stramienen’, zoals ze dat noemt. “Ook op onze hogeschool wordt bij tijd en wijle veel ‘in stramienen’ gedacht. Daarin is nog veel te winnen.”

Nieuwsgierig zijn

Over het vormgeven van inclusiviteit heeft Metsch uitgesproken opvattingen. Voor haar betekent het de studenten ‘zien’ en nieuwsgierig zijn naar wat hen bezighoudt. Ze is een van de twee dedicated coaches bij Werktuigbouwkunde en begeleidt ongeveer zeventig studenten uit het eerste en tweede jaar en enkele langstuderenden. “Zien betekent het gesprek met de studenten aangaan en vragen: ‘Wat heb je nodig om goed te kunnen studeren?’ Natuurlijk is dat inherent aan je taakstelling als coach. Maar veel studenten hebben een stempeltje. Hoe zorgen we ervoor dat zij de studie ook halen? Inclusiviteit houdt voor mij ook in dat je faciliteert wat mensen nodig hebben om hun diploma te halen.”

Ze haalt het voorbeeld aan van een student met een zware vorm van autisme. “Hij haalt achten en negens voor zijn tentamens, maar heeft moeite met communiceren en samenwerken. In ons huidige systeem krijgt hij geen diploma. Waarom moeten we voor alle studenten alle competenties toetsen en geven we hem geen deelcertificaat?”
Natuurlijk ligt wettelijk vastgelegd wanneer een diploma mag worden afgegeven, maar ze denkt dat het ook te maken heeft met angst. “Gaat de kwaliteit van de titel ‘ingenieur’ onderuit als we niet iedereen op dezelfde manier toetsen? Is er wel een plekje voor deze student in het werkveld? Gelukkig zijn er nu uitzendbureaus voor mensen met autisme. Maar ik denk dat er ook veel gebrek is aan kennis over wat autisme is en wat dat inhoudt. We denken daarin erg in dezelfde kadertjes. Ze kunnen veel wél. Dát moeten we benadrukken.”

Andere benadering

Naast studenten met beperkingen heeft ze te maken met studenten met verschillende culturele achtergronden. Vorig jaar stroomden een aantal Syrische vluchtelingen in. “Dat vroeg om een andere benadering,” zegt ze. “In Syrië waren ze al ingenieur; ze moesten hier opnieuw hun diploma halen en vooral Nederlands leren. We moesten voorzieningen voor hen regelen, zoals een woordenboek bij een tentamen. Dat bleek een heel geregel en leidde tot frustratie. Inmiddels is het opgelost. Maar waarom moeten we voor alles de boer op?”
Tijdens colleges leidde het gedrag van de Syrische studenten soms tot onbegrip bij andere studenten. “Op de universiteit daar is een docent een autoriteit waar ze veel respect voor hebben. Hun omgang hier met de docenten kwam bij andere studenten over als slijmen.”
Het heeft alles met inclusiviteit te maken, vindt ze. “Wil je dat iedereen zich veilig en prettig voelt op onze hogeschool, dan moet je ervoor zorgen dat studenten moeite doen elkaar te begrijpen. Doe je dat niet dan heb je soms cultuurclashes.”

Vooroordelen

Clashes zijn er niet alleen tussen culturen; ook tussen docenten in haar team. Er zijn verschillende visies op het onderwijsgeven en over de aanpak en het vormgeven van inclusiviteit. “Soms botsen die,” zegt Metsch. “De truc is om daar onze kracht van te maken in plaats van eilandjes te creëren.” 
Een docent met een technische achtergrond, kijkt nu eenmaal anders tegen zaken aan dan iemand met een pedagogische, is haar ervaring. “Het is ook lastig als je altijd kranen hebt ontworpen en dan opeens mensen moet leren hoe ze zelf kranen moeten ontwerpen. Sommige dingen zijn praktisch en moeten gewoon geregeld worden, andere dingen zijn pedagogisch en fijngevoelig. Hoe ga je daar mee om? Hoe stel je de norm? Er bewust mee bezig zijn, houdt ook in dat je weet wie je zelf bent en welke vooroordelen je hebt. Als je nooit een andere stem hoort, hoef je er ook nooit wat mee.”
Ze pleit daarom voor extra begeleiding van nieuwe docenten die uit de praktijk instromen. “In de werving zou je meer de pedagogische vaardigheden moeten benadrukken in plaats van de didactische. Velen denken: het lukt me wel. Er zal meer aandacht voor goede trainingen moeten komen.”

Pedagogische aspect

In haar team krijgen docenten nu ook individueel coaching waarin aandacht is voor die pedagogisch-didactische kwaliteiten. “Dat is mooi. Ik heb ook het idee dat daar nu bij sollicitaties meer aandacht aan wordt besteed, ter wijl dat voorheen niet zo was. Maar dat pedagogische aspect blijft lastig. Want het is al moeilijk genoeg om voldoende technische mensen te vinden die voor de klas willen staan.”
Bovendien speelt de werkdruk een rol. Want een van de grootste problemen blijft ‘tijd’. “Mijn afdeling begon dit studiejaar met vijf fte’s te weinig. Nieuwe collega’s moeten daarnaast worden ingewerkt. We hebben professionaliseringsuren, maar die gaan vaak op aan het bijhouden van het eigen vakgebied en het voorbereiden van lessen. Tijd om die pedagogische vaardigheden te leren en elkaars lessen te bekijken om beter te worden, is er vaak niet. Ook het individueel begeleiden van studenten schiet er dan bij in. Gelukkig maken sommige collega’s daar toch zelf een prioriteit van.”

Trots

Want haar aanpak werpt zijn vruchten af. Sommige studenten die ze begeleidt halen nu wél hun propedeuse of studeren eindelijk af. “Veel langstuderenden zijn niet lui, vaak speelt er iets,” vertelt ze. “Maar als je langere tijd vakken niet haalt, wordt de schaamte groter en groter. Ik ben begonnen ze toch op school te laten verschijnen. Elke dinsdag houd ik individuele gesprekken en maken we afspraken en planningen. Ik heb ook studiegroepjes van langstuderenden gevormd. Zo zien ze dat er meer studenten zijn als zij en voelen ze zich geen ‘loser’. Ze helpen elkaar en trekken zich aan elkaar op. Dit jaar gaan veel langstuderenden definitief de deur uit. Daar ben ik trots op. Dat is mijn drive.”
Ze haast zich erbij te vermelden dat dit niet alleen haar verdienste is. “Het feit dat ik een ander perspectief laat zien, wil niet zeggen dat ik verantwoordelijk ben voor dat succes. Want als ze het diploma niet halen, zou het dan ook mijn schuld zijn. Het is hun succes! Ik hoop dat meer collega’s zien dat het loont om nieuwsgierig te zijn naar hun studenten en dat we niet te snel moeten oordelen over hen.”

We gebruiken cookies voor analyse en marketing om de website te verbeteren.

Wijzig cookie-instellingen