Menu Zoeken English

‘Studenten hebben rolmodellen nodig’

Jeroen Chabot, directeur Willem de Kooning Academy

Jeroen Chabot werd geboren in Den Haag. Hij studeerde Kunstgeschiedenis in Utrecht en werd daarna docent cultuurgeschiedenis op Hogeschool Rotterdam. Na een uitstapje naar AKV St. Joost in Breda is hij sinds 1 februari 2011 directeur van de WdKA. Chabot is getrouwd, woont in Willemstad en heeft twee dochters.

Vanuit zijn kantoor op de eerste verdieping van de kunstacademie WdKA, gevestigd in een fraai voormalig bankgebouw, kijkt directeur Jeroen Chabot uit over de Blaak. Het is dinsdag, dus markt. Producten uit alle windstreken worden er verkocht door verkopers die de culturele diversiteit van Rotterdam vertegenwoordigen, hetzelfde geldt voor hun klanten. Hoe anders is dat op zijn academie. Hij noemt het ‘het witste, middle class instituut van Hogeschool Rotterdam’. En daar wil hij iets aan veranderen. Nee: moét hij iets aan veranderen.

Teleurgesteld

Na in Utrecht veel te lang over zijn studie cultuurgeschiedenis te hebben gedaan (“ik genoot uitermate van alles wat het studentenleven had te bieden”), kwam Chabot als docent cultuurgeschiedenis op onze hogeschool terecht. Het was een nieuw vak, bedoeld om de studenten meer algemene ontwikkeling bij te brengen. Die ontbrak vaak. “Er waren er die Napoleon en Jezus in dezelfde tijd plaatsten.”
Met hooggespannen verwachtingen begon hij in het onderwijs. Maar al snel werd hij daarin teleurgesteld. “Een van de eerste dingen die me opviel, was dat veel oudere docenten vooral bezig waren met hoe lang ze nog moesten,” herinnert hij zich. “En vaak was het onderwijs ronduit slecht. Een goede docent neemt zijn studenten mee op sleeptouw en is in staat hun ogen te openen, wat hun leven kan veranderen. Onderwijs mag nooit ‘one size fits all’ zijn. En dat was het wel.

Docenten en studenten zouden samen het geluk van kennisvermeerdering moeten beleven en wat het is om inzicht te krijgen, vond ik.” Toen hij zelf directeur werd, is hij met deze visie in samenwerking met zijn team de academie gaan omvormen. Hierdoor is het rendement gestegen van 50 procent naar 70 procent afgestudeerden na de maximale zes jaar. Ook het toelatingsexamen is aangepast. “Daardoor werd de academie selectiever en hoewel het rendement steeg, was, en is, de drempel voor talent uit sociaaleconomische minder bevoorrechte sociale lagen en moslimgemeenschappen groter geworden. Een groot gemis.”

Rolmodellen

Zelf is Chabot ook opgeleid in een ‘witte’ traditie. “In de kunstgeschiedenis hadden we het altijd over de westerse kunst,” zegt Chabot. “De kunstenaars en ontwerpers die we bestudeerden waren wit. Gekleurde kenden we niet.”
Om op de WdKA een betere afspiegeling van de samenleving te krijgen, is allereerst het personeelsbeleid aangepast. “We zijn nu actief op zoek naar goede ontwerpers, kunstenaars en docenten uit de doelgroepen die we missen, om zo rolmodellen voor de klas te hebben. Onze studenten met een niet-westerse achtergrond geven namelijk aan dat ze dat missen. Ze willen graag les van iemand met eenzelfde wereldbeeld en verleden als zij, waar ze zich aan kunnen optrekken. Nu voelen ze zich altijd anders. Door zulke docenten worden ze meer gezien en begrepen, is hun gevoel.”

Zijn docenten proberen het nu wel en zijn zich ervan bewust dat ze in een diverse samenleving zitten, maar dat is niet hetzelfde, zegt hij. “Onbewust en onbedoeld zijn er veel vooroordelen in onze organisatie, tussen docenten en de manier waarop we ons uiten naar de studenten toe.”

Hij haalt het voorbeeld aan van een film die een aantal allochtone studenten maakten over cultural diversity. “Ze wilden dat pas na hun afstuderen doen, omdat ze bang waren dat het hen zou schaden – dat was al een pijnlijk teken, want blijkbaar durfden ze niet vrijelijk te praten over problemen binnen de school die voortkomen uit hun etnische afkomst of hun seksuele voorkeuren. Op een moment filmden ze een interview op de gang. Het ging over zaken die hen het gevoel gaven er niet bij te horen. Opeens liep een docent dwars door het gesprek heen, alsof ze er niet waren. De geïnterviewde zei: ‘Dit dus.’ Toen ik het zag, dacht ik: shit! Het bevestigde me in het idee: als we geen andere docenten aannemen, verandert de kunst en vormgeving nooit.”

“Onze wereld en samenleving zullen in samenstelling veranderen. Daardoor verandert ook ons waardepatroon en dat moeten we omarmen. Als we dat niet doen, blijft het een samenleving van wij’ en ‘zij’”

Aanjager

Versneld heeft hij die veranderingen doorgevoerd. Het aantal niet-westerse docenten is de afgelopen twee jaar gestegen van twee naar negen. Al ziet hij dat niet als zijn verdienste. “Als directeur ben ik enkel de aanjager en steun ik de mensen die hiermee bezig zijn,” zegt hij. “Omdat we altijd in dat witte netwerk zaten te peuren, kwamen vooral vrienden en vriendinnen bovendrijven. Onbewust hielden we dat in stand. Nu zijn we actief op zoek naar kunstenaars uit andere doelgroepen en die nemen eenmaal binnen hun eigen netwerk mee.”

Ook de lesstof is onder de loep genomen. Zijn coördinator van social practises vroeg haar docenten om haar alle bronnen waar hun lesmateriaal op gebaseerd was te sturen. “Ze heeft de foto’s van de auteurs en kunstenaars geprint. Die waren allemaal wit, meestal man en bijna allemaal hetero. Ze heeft het aan de docenten getoond en gevraagd: ‘Is dat wat we willen?’ Dat was een confronterende zet. Maar iedereen ging erover nadenken. Nu hebben ze het over alternatieven.”

Andere toetsing

Daarnaast wordt het aannamebeleid van nieuwe studenten aangepakt. Zo wordt door een ethische commissie onderzocht of het toelatingsexamen veranderd kan worden zodat ook studenten van de groeperingen die ze willen hebben, beter in de gelegenheid worden gesteld om hun talenten te tonen. “Daarmee leggen we niet de lat lager,” benadrukt hij. “We leggen hem anders. We vragen wat voor hen creativiteit is en hoe zich dat uit. En als dat spoken word is, gaan we dat serieus nemen.”

Makkelijk is dat niet. “Want het mag niet leiden tot rechtsongelijkheid. Maar ik wil daaraan vasthouden. Ik heb met de coördinator van onze vooropleiding afgesproken dat hij tien ‘gratis’ opleidingstrajecten mag weggeven aan beloftevolle kinderen uit de doelgroep. Die hebben het talent, maar niet het geld voor bepaalde cursussen. Dat moet dit schooljaar ingaan.” Want het moet, zeker als het gaat om inclusiviteit en diversiteit. “Het blijkt dat niet iedereen toegang heeft tot ons onderwijs. En dat komt niet omdat de ene groep dommer is dan de andere. Helaas krijgt niet iedereen dezelfde kansen. Terwijl er wel degelijk talent in hen zit.”

Harde maatregelen

Chabot pleit daarom ook voor harde maatregelen op de rest van Hogeschool Rotterdam. “De hogeschool moet met de tijd meegaan,” zegt hij. “Hogeschoolbreed gaat het bij studiesucces altijd over didactiek en pedagogiek. Maar als wij willen voorkomen dat grote groepen studenten, met name allochtone studenten met een mbo-achtergrond, alsmaar uitvallen, moeten wij het lef hebben om te investeren in een begeleiding die wél succesvol is. En niet blijven vasthouden aan het oude stramien.”

Het onderwijs zou om de studenten heen gebouwd moeten worden, zoals ze dat nu op de WdKA doen. “Ga net als wij op zoek naar het talent van de student! Ook bij die uitvallende studenten in het economisch domein of bij de gezondheidszorg. En maak onderwijs waarin zij kunnen gedijen! Onze wereld en samenleving zullen in samenstelling veranderen. Daardoor verandert ook ons waardepatroon en dat moeten we omarmen. Als we dat niet doen, blijft het een samenleving van ‘wij’ en ‘zij’.”

Hij herkent veel in het essay van Ron Bormans over de ‘school als een dorp in de stad’. “Je moet de kwaliteit van dat dorp benutten. In dat dorp kennen mensen elkaar. De inwoners kunnen over veel verschillen heen stappen, omdat je in zo’n kleine beschermde gemeenschap fouten mag maken en mag twijfelen. Maar je zorgt ook voor elkaar. We moeten af van ‘one size fits all’ en oude structuren. Veel studenten hebben meer baat bij het leren in de praktijk, dan bij colleges en boeken bestuderen. Leer hen leervragen te stellen en pak dat op! En laat zien wat de student kan doen met wat hij of zij heeft geleerd.”

Oncomfortabel

Chabot realiseert zich dat hiermee veel van docenten wordt gevraagd. “Ze moeten leren verwonderd te zijn over dingen waar studenten mee komen. Die wordenmon diger en eisen dat ook. Ze willen op hun manier iets betekenen voor de samenleving. Dat is hun drijfveer. Denk aan de klimaatspijbelaars in België. Ze pikken het niet meer en zijn boos; wij verkloten hun toekomst. Ze eisen dat we luisteren. Daarom zullen docenten bereid moeten zijn ‘oncomfortabel’ te worden en militanter. Alleen zo krijgen we dingen voor elkaar. Maar veel van onze docenten willen dat, hoor. Ze beseffen dat er niets verandert als we niet bereid zijn om ‘oncomfortabel’ te worden.”

Nieuwe docenten leren nu tijdens hun instapcursus hoe om te gaan met diversiteit en wat dat van ze vraagt. Ook krijgen ze de film te zien waar hij eerder over sprak. De docenten die al langer op de WdKA werken, krijgt hij ook mee. “Ze doen allemaal hun stinkende best om het voor de studenten hier heel bijzonder te maken. Ze stappen uit hun comfortzone om dat te bereiken. Het gebruik van ander lesmateriaal is daar een voorbeeld van.”
Ook andere opleidingen zouden moeten zoeken naar die alternatieven en ‘oncomfortabel’ willen zijn. “Refereer naar de successen in Afrika of Azië. Daar worden we een rijke hogeschool van. De veranderingen van de samenleving zijn onomkeerbaar. Omarm het dus! Het is net als met het klimaat: als we iets willen redden, moeten we bereid zijn oncomfortabel te zijn. Zelf zijn we nu ons huis van het gas af aan het halen. Want ik besef dat ik iets moet doen. De idiote veronderstelling dat de techniek het wel voor ons zal oplossen, zonder dat we ons hoeven aan te passen, is kortzichtig.”

Hoewel er nog veel moet gebeuren, is Chabot hoopvol over onze hogeschool. “We zijn hier allemaal ambitieus, we willen allemaal veranderen. Als ik over vier jaar met pensioen ga, hoop ik dat we een stuk verder zijn gekomen in het omarmen van andere kunstvormen en dat we hier een gemengde groep studenten en docenten hebben. En dat we daarmee Rotterdam en de rest van de wereld hebben verrijkt. Dan ben ik een gelukkig mens.”

We gebruiken cookies voor analyse en marketing om de website te verbeteren.

Wijzig cookie-instellingen