Deze werkvorm gebruik je voor: zelfregulerend leren
Het activeren van voorkennis is een belangrijke stap in het leerproces van studenten. Bij het activeren van voorkennis haal je op uit je langetermijngeheugen wat je al weet over een onderwerp. Nieuwe informatie kan hieraan worden gekoppeld. Dit zorgt ervoor dat nieuwe kennis niet als losse feiten blijven zweven, maar worden samengevoegd tot betekenisvolle brokjes kennis, een proces dat bekend staat als chunking. Hierdoor onthoud je nieuwe informatie veel makkelijker. Voorwaarde is wel dat de aanwezige voorkennis correct en domeingebonden is.
Al in 1968 stelde David Ausubel dat voorkennis de sterkst voorspellende factor is voor leren. Daarnaast beïnvloedt voorkennis de cognitieve belasting: hoe meer voorkennis of externe hulpmiddelen beschikbaar zijn, des te makkelijker de taak cognitief aanvoelt. Zeker bij complexe leerstof kan dit een grote rol spelen.
Door voorkennis doelgericht te activeren en studenten daarbij te ondersteunen, wordt het verwerken én opslaan van nieuwe informatie dus effectiever en minder belastend.
Wat, wanneer, waarom en hoe?
Wat (benoem en concretiseer)
Ik ga samen met jullie de leerstrategie ‘voorkennis activeren’ inzetten. Met deze leerstrategie denk ik na over wat ik al over een onderwerp of opdracht weet t.
Wanneer (voor, tijdens, na)
Ik zet deze leerstrategie in vóórdat ik met het leren van nieuwe leerstof begin.
Waarom (voordelen benoemen)
Het activeren van voorkennis helpt om nieuwe kennis makkelijker te onthouden. Door het activeren van voorkennis haal ik informatie op uit mijn langetermijngeheugen. Door nieuwe informatie daaraan te koppelen blijft het makkelijker hangen.
Daarnaast geeft het een docent, informatie over waar je staat, wat je al weet, zodat een docent de instructie daarop kan afstemmen
Hoe (modelleren - doe voor)
Als ik iets nieuws leer, bijvoorbeeld door het lezen van een artikel maar door ook het volgen van een workshop, presentatie of cursus, denk ik van tevoren na wat ik al weet over het onderwerp en schrijf dit voor mezelf op. Het werkt voor mij heel goed om ook na te vragen bij anderen wat zij al weten over dit onderwerp, dan maak ik ook gebruik van de voorkennis van anderen. Dit helpt mij om mijn voorkennis verder te activeren en mijn brein nog meer aan te zetten.
We gaan dit nu ook met elkaar doen. Schrijf op een post-it 3 woorden op, die volgens jou verbonden zijn aan [BENOEM HET TE LEREN THEMA of ONDERWERP]. Maak vervolgens een propje van de post-it en gooi die meer of minder gericht naar een medestudent elders in de ruimte. Bekijk een propje dat bij jou in de buurt landt en vergelijk je eigen woorden met die van de ander.
Zo activeer je je voorkennis en leer je direct ook iets van een ander.
Instructie voor de docent
Zorg dat je de voorkennis van alle studenten activeert. Iedereen doet mee. Het gaat erom dat studenten hun eigen voorkennis activeren waar nieuwe kennis aan gekoppeld kan worden.
Studenten met minder voorkennis profiteren van deze werkvorm omdat ze ook de gelegenheid krijgen de voorkennis van anderen te gebruiken.
Geef daarom alle studenten een post-it. Laat ze 3 dingen opschrijven en een propje maken. Geef ze de opdracht de propjes in de ruimte te gooien. Lees zelf ook enkele propjes om een beeld te krijgen van wat is opgeschreven.
Deze activiteit geeft plezier en rumoer. Denk erover na of de activiteit passend is voor de groep en sfeer die je wil neerzetten.
Post-its, 1 per deelnemer
Hoof, T., Surma, T., & Kirschner, P. A. (2021). Leer studenten studeren met succes. Antwerpen: Thomas More-hogeschool.
Sins, P.H.M. (2023). Zelfregulerend leren gaat niet vanzelf, maar hoe dan wel? Hogeschool Rotterdam Uitgeverij.