Maatschappelijk Werk en Dienstverlening
Opbouw
Propedeuse
Het eerste jaar is een oriëntatie op het beroep van maatschappelijk werker. In dit jaar leer je ook de verschillen en overeenkomsten kennen tussen het maatschappelijk werk en aanverwante sociale werkvelden, zoals sociaal pedagogische hulpverlening en het sociaal cultureel werk. Je oefent diverse basisvaardigheden en doet theoretische sociaal wetenschappelijke, methodische en praktische kennis op.
Hoofdfase
Na de propedeuse ga je je kennis verdiepen in de driejarige hoofdfase. In het tweede jaar ga je dieper in op de beroepsvaardigheden van het maatschappelijk werk en leer je de doelgroepen van dit beroep en hun sociale achtergronden kennen. In het derde jaar ga je de confrontatie met de praktijk aan in een grote stage, waarbij je zowel op je stage-instelling als op school begeleid wordt. In de eerste helft van het vierde jaar volg je een minor. Daarna ga je aan de slag met je afstudeeropdracht.
Minors
In de laatste fase van je opleiding verdiep je je door middel
van een
minor in je vakgebied of verbreed je je kennis in een door jou
gewenste
richting. Je kunt onder andere kiezen uit onderstaande minors. Let
op!
Bij duale en deeltijdopleidingen kun je niet altijd gebruik maken
van
het gehele aanbod en is je keuze beperkter.
Minor Geweld in de leefomgeving
In de afgelopen jaren is er in de media steeds meer aandacht gekomen voor geweld in de leefomgeving van mensen en de gevolgen daarvan voor slachtoffers (en daders). Denk daarbij aan (kinder)mishandeling, seksueel geweld en misbruik, en eergerelateerd geweld. Het bieden van een veilige leefomgeving aan kinderen, jeugdigen en vrouwen, maar ook aan andere kwetsbare groepen, is een prioriteit geworden op de politieke agenda. Van professionals in de sociale, de (para)medische en de onderwijssector wordt verwacht dat zij hier vanuit hun eigen mogelijkheden en middelen een bijdrage aan leveren. Belangrijke vragen voor hen zijn: hoe signaleer je geweld en misbruik, hoe maak je het bespreekbaar en hoe draag je bij aan een veiliger leefomgeving voor de diverse doelgroepen? Met deze minor verdiep je je in de aard en omvang van geweld en misbruik en de oorzaken en gevolgen ervan. Maar je leert ook hoe je als professional signalen herkent en welke stappen je moet ondernemen om een veiliger leefomgeving te bieden. De minor behandelt de Meldcode Rotterdam en SISA (Signalen en Samenwerken, een samenwerkingsverband tussen organisaties die met jongeren en kinderen werken).
Minor Werken in gedwongen kader
Deelname aan zorg- of hulpverlening komt in Nederland bij voorkeur vrijwillig tot stand. Maar in bepaalde gevallen mag door bijvoorbeeld justitie formeel dwang op cliënten worden toegepast. Bij dwang worden de eigen keuzes van de cliënt in hoge mate beperkt en anderen bepalen wat je mag, niet mag en moet. Denk bijvoorbeeld aan een verslaafde delinquent die verplicht moet afkicken in een ISD (Inrichting voor Stelselmatige Daders) of een jeugdige in een JJI (Justitiële Jeugdinrichting). Deze minor richt zich op justitieel ingrijpen waarbij nog wel een positieve gedragsverandering kan worden verwacht, ook al is de cliënt in kwestie vaak niet gemotiveerd om te veranderen. Dit vergt een speciale aanpak: naast behandeling en begeleiding bij re-integratie in de maatschappij krijg je ook te maken met elementen van risicobeheersing. De agogische bemoeienis in deze vorm wordt samenvattend 'Werken in gedwongen kader' genoemd. In deze minor word je voorbereid op het werken in een gedwongen kader. Je leert hoe je cliënten zo beïnvloedt dat de kans op herhaling kleiner wordt en er weer meer perspectief is voor de cliënt op deelname aan de samenleving.
Minor (L)VB: beperkt inzicht, meer perspectief
Wat is er mooier dan je gewaardeerd voelen, je eigen weg weten te vinden en mee kunnen doen aan alle facetten die de omgeving van je vraagt? Helaas heeft niet iedereen de mogelijkheid om dit zelfstandig te kunnen. Want hoe doe je dat, volwaardig burger zijn? En wat is dat eigenlijk, meedoen? Is dat keurig voldoen aan je plichten? En welke plichten heb je dan eigenlijk? Of is het gebruik (kunnen) maken van alles wat de stad te bieden heeft? Je belastingformulier digitaal invullen? Weten wat je rechten zijn en daar luidkeels voor opkomen? Je weg vinden in de bureaucratische jungle? Burgerlijk ongehoorzaam zijn? Of je aanpassen aan de Nederlandse moraal? Deze minor gaat over mensen voor wie de huidige maatschappij te complex is en die ondersteuning nodig hebben om te kunnen participeren. Over uitsluiting en inclusie, over mee mogen, kunnen en willen doen, over onderdeel zijn van de samenleving. Je leert wat mensen nodig hebben om hun eigen rol zó in te vullen dat ze daar zelf tevreden over zijn. Met aandacht voor datgene wat mensen in de weg kan staan, de verstandelijke beperkingen.
Minor Multiprobleemgezinnen
Je komt in je werk een meisje van 6 jaar tegen dat 's ochtends alleen naar school gaat en 's middags alleen thuis is met haar broer van 8 jaar. 's Avonds moeten ze zelf hun eten in de magnetron opwarmen en gaan ze zelf naar bed als Spongebob is afgelopen. De moeder is met het jongste kind, een baby van vier maanden, vaak buiten de deur. Je hebt een 'niet pluis'-gevoel. Al snel kom je erachter dat je niet de enige bent die dit gezin kent. Ook de intern begeleider van de basisschool, het Centrum voor Jeugd en Gezin, de kinderwerker uit het buurtcentrum en een moeder van een vriendinnetje maken zich zorgen. De vraag is nu: wat is er precies aan de hand? Hoe kom je in contact met het gezin? Waar loopt dit gezin tegenaan? Wie hebben er al met het gezin te maken? Wat kun je voor dit gezin betekenen? De complexiteit van de hulp- en dienstverlening aan multiprobleemgezinnen staat centraal in deze minor.