Publicaties

De Rotterdam University Press is de uitgeverij van Hogeschool Rotterdam en geeft openbare lessen en onderzoekspublicaties uit. Ongeveer een jaar na aantreden geeft de lector een openbare les. Van deze les verschijnt een publicatie. Ook de promovendi van Hogeschool Rotterdam laten hun dissertatie verzorgen door de Rotterdam University Press. Op deze website zijn alle publicaties te bestellen, vanaf 2012 ook bestelbaar als e-book.

  • De redenloze consument

    De redenloze consument

    Arne Maas|maart 2013

    Marketers moeten klantenbehoeften vervullen. Zij werken klantgericht en baseren zich daarbij vaak op enquêtes en andere verbale uitingen van klanten. Vanuit de psychologie is inmiddels echter duidelijk dat mensen vaak helemaal niet zeggen wat ze echt vinden. Niet omdat ze dat niet willen, maar omdat ze dat niet kunnen. Meestal zeggen mensen 'maar wat'.
    Wat moet een marketer met die wetenschap? Hierop geeft Arne Maas in deze openbare les antwoorden en denkrichtingen. De 'oude' manier van communiceren, volgens het mantrum kennis-houding-gedrag voldoet in ieder geval lang niet altijd. Marketers moeten met communicatie veel meer focussen op daadwerkelijk gedrag en inspelen op het onbewuste.
    Dat geldt echter niet alleen voor communicatie. Ook de marktplaats, off-line en on-line, biedt vele mogelijkheden om het denken en doen van klanten te beïnvloeden. Hiervoor gebruikt Maas het concept van framing. Framen is het uitlichten van een element van het product dat je verkoopt. Een boodschap, een aanbieding, een product, een locatie, of een prijs kunnen allemaal worden
    geframed. Framing kan de mening of het gedrag van klanten (onbewust) beïnvloeden.
    Dat vereist wel een goede aanpak, zowel wat betreft marketing, als wat betreft het gekozen frame. Die goede aanpak staat in deze openbare les.

    Lectoraat Marketing

    Arne Maas is lector Marketing bij het Kenniscentrum Innovatief Ondernemerschap van Hogeschool Rotterdam. Het lectoraat houdt zich bezig met gedragsbeïnvloeding van mensen op het gebied van gezond eten, meer bewegen en het gebruik van duurzamere producten en diensten. Kortweg: Marketing van Groen & Gezond. Daarbij maakt het lectoraat gebruik van expertise die veelal in commerciële omgevingen reeds is opgedaan.

    Bestellen

    Lees verder
  • Unravelling risk appetite

    Unravelling Risk Appetite

    Arie de Wild|januari 2013

    One of the most difficult choices that organizations face is the choice to spend resources today to reduce the probability or negative impact of events that may happen tomorrow. In hindsight, it seems to be a waste to spend organizational resources on reducing the risk of low probability events that up to now never did materialize. Intuitively it appears much more prudent for an organization to spend resources on events that have a higher frequency of occurrence and for which it is easier to assess that resources have been well spent. But what if the consequences of the low probability events are catastrophic and threaten business continuity? Should the leadership of an organization be gambling on a catastrophic low probability event not to occur?

    The central theme of this PhD-dissertation is measuring an organization's willingness to accept risk in the pursuit of its objectives. It attempts to unravel this organizational risk appetite using decision theory. The study proposes to measure organizational risk appetite using unbiased measurements of the pleasure and pain (utility) that a leadership associates with the consequences of risky events. This unbiased utility is measured under prospect theory and used normatively under expected utility theory to validate tools that communicate organizational risk appetite. In one of these tools, the risk matrix, the economic law of diminishing marginal utility identifi es the low probability and large impact events as unacceptable. The dissertation introduces a new design for the measurement of utility under businesslike circumstances, evaluates risk appetite at a large organization, assesses values that decision makers associate with verbal expressions of probability and outcome, and experimentally tests the effect of performance-based incentives on risk appetite.

    Bestellen E-book

    Bestellen

    Lees verder
  • Perspectiefgerichte-en-talentgedreven-welzijnszorg

    Perspectiefgerichte en talentgedreven welzijnszorg - Werken aan de rafelrand

    Toby Witte|november 2012

    Een van de uitdagingen waar we voor staan, ligt in het opleiden van jongeren voor de arbeidsmarkt. Zorgwekkend is het aantal voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie. Door een opeenstapeling van problemen lukt het ze niet hun opleiding af te maken en dreigen daardoor maatschappelijk af te glijden. Hun kansen op de arbeidsmarkt zijn gering. Rotterdam telt enkele duizenden van zulke risicojongeren. Om deze jongeren te helpen zijn innovatieve sociale professionals nodig. In deze openbare les constateert lector Toby Witte dat de zorg- en welzijnssectoren versnipperd zijn georganiseerd en onvoldoende aanvullend functioneren. Dit vermindert de slagvaardigheid en het probleemoplossend vermogen van sociale professionals om risicojongeren perspectief te bieden.

    Er is een kanteling van verzorging naar activering nodig waarbij nieuwe oplossingsarrangementen oftewel vernieuwingen van het 'zorgdenken' centraal staan. En niet alleen dat, want zorg en welzijn zullen volgens Witte gaan samensmelten tot 'welzijnszorg'. De vraag daarbij is, over welke competenties sociale professionals moeten beschikken om een meer perspectiefgerichte en activerende welzijnszorg van de grond te tillen. Witte constateert een groeiende behoefte aan ondernemende, talentgedreven, sociale professionals die ongeacht hun generalistische of specialistische opleidingsachtergrond vooral ook moeten kunnen optreden als verbinder in complexe situaties. De zorg- en welzijnsopleidingen spelen hier een belangwekkende rol en zullen ongetwijfeld in het kader van de kanteling naar welzijnszorg, van zorg naar activering, naar perspectiefgericht en talentgedreven werken moeten meebewegen om up to date opgeleide sociale professionals af te leveren.

    Lector Maatschappelijke Zorg
    Met het lectoraat Maatschappelijke Zorg Risicojongeren, dat deel uitmaakt van het Kenniscentrum Talentontwikkeling, wil lector Toby Witte bijdragen aan het verbeteren en versterken van de welzijnszorg.

    Bestellen E-book

    Bestellen

    Lees verder
  • Adaptive-Urban-Development

    Adaptive Urban Development

    Rutger de Graaf|november 2012

    Adaptive urban development is the design, construction and continuingevolution of urban areas to anticipate and react to changes in the environmentand society. These changes include both processes within thecity itself and external developments.

    It is expected that until 2100 a total of 5 billion people will move to cities. Per day this means a 150,000 people start to live in a city. In the same period resources such as fossil fuels, fresh water resources, phosphates and fertile topsoil are running out. This unprecedented urbanization process will convert a large part of the fertile croplands in urban areas. At the same time the food demand from this shrinking productive area will double due to population increase and rising living standards. Most of the urbanization will take place in vulnerable delta areas.

    To create a perspective to deal with this huge challenge in the 21st century, two things are needed. First, the current parasite cities need to transform into flood proof ecocities. Transforming the existing cities, however, will not be enough to deal with the challenges the world is facing. The second component of the strategy therefore means that a part of the cities and food production should be located on the water to create more space.

    Rutger de Graaf is civil engineer, entrepreneur and researcher. At the Rotterdam University of Applied Sciences he works as professor Adaptive Urban Development. He is also director and founding partner of DeltaSync, a leading international floating urbanization specialist, and editor of the Journal of Water and Climate Change at the International Water Association.

    Order E-book

    Bestellen

    Lees verder
  • Creating-Comfortable-Climatic-Cities

    Creating Comfortable Climatic Cities

    Duzan Doepel|oktober 2012

    After decades of being deemed the idealistic hobby of a niche group of fanatics, Green has finally entered the mainstream of the architectural service industry. However, most architects and urban planners are not yet adequately equipped to translate the challenges of climate change and resource and energy depletion into integrated sustainable solutions.

    Parametric Bioclimatic Design is an approach that fuses the concepts of climate responsive design, resource effi ciency and comfort at the interior, building and urban scales. It combines a range of existing methodologies and tools for elaborating design constraints to incorporate a broad range of sustainability issues into the design process. Climate and comfort are brought into alignment, forming valuable design instruments that link the realms of architecture, engineering and building. The aim is to develop regionally specifi c, climate responsive designs that are socially and culturally embedded in the local context through the appropriate use of materials, stateof-the-art technologies and building traditions. When combined with smart  processes and financial constructions, this approach will help designers to contribute to the positive development of social, economic and ecological capital.

    The research chair for Sustainable Architecture and Urban (Re)Design at Rotterdam University of Applied Science is headed by Professor Duzan Doepel. Trained in South Africa and the Netherlands, Doepel draws on third world design and development strategies to inform the local sustainability discourse. His practice, DOEPEL STRIJKERS, strives to bridge the gap between research and design through the realisation of integrated sustainable interior and architectural projects and the development of urban strategies.

    Bestellen E-book

    Bestellen

    Lees verder
  • Logistiek-Darwinisme

    Logistiek Darwinisme?

    Marcel Ludema|augustus 2012

    De wereld waarin wij leven is voortdurend aan het veranderen. Consumenten en ondernemingen kunnen overal en op elk moment van de dag producten bestellen met behulp van innovatieve ICT-toepassingen. De volgende stap lijkt dat zij ergens en op elk moment van de dag deze producten geleverd willen hebben. De logistiek van veel ondernemingen, ketens en netwerken is echter rigide en 'locked-in' waardoor zij soms onvoldoende adequaat kunnen inspelen op vraagveranderingen. Ondernemingen, ketens en netwerken die wel adequaat kunnen inspelen op veranderingen en zich tijdig aanpassen verhogen hun kans om te overleven. Maar hoe bouw je betrouwbare, duurzame en slimme logistieke infrastructuren die wel geschikt zijn voor dit veranderende vraaggedrag van consumenten en ondernemingen? 

    Lectoraat Logistics
    Hogeschool Rotterdam kan met behulp van studenten, docent-onderzoekers en lectoren ondernemingen ondersteunen bij het maken van de juiste veranderingskeuzen om zich zo beter te kunnen voorbereiden op een nog onbepaalde toekomst. Binnen het lectoraat Logistics zijn hiertoe zes onderzoekslijnen vastgelegd: bouwlogistiek, stadsdistributie, zorglogistiek, greenport/agro logistiek, havenlogistiek en servicelogistiek. De voor deze onderzoekslijnen beschikbare docent-onderzoekers geven eveneens in de voor hen relevante onderdelen les, zodat de opgedane kennis direct in het onderwijsmateriaal kan worden ingebracht.

    Bestellen E-book 

    Bestellen

    Lees verder
  • Werk-maken-van-Wijkzorg

    Werk maken van Wijkzorg

    Henk Rosendal|april 2012

    De wijk staat in de belangstelling. Of het nu gaat om zorg, welzijn of veiligheid. Omdat wijken behoorlijk verschillen - qua gezondheid, cultuur, sociaal economische status, sociale cohesie, enz. - ligt het voor de hand om het zorgaanbod af te stemmen op de specifieke behoefte in de wijk. Hierbij rijst wel de vraag wat daar voor nodig is, en wie hierbij een rol kan spelen. Natuurlijk denken we daarbij direct aan de wijkverpleegkundige. Maar beschikt deze wijkverpleegkundige wel over de benodigde competenties? En hoe gaan we de wijkzorg dan met elkaar organiseren?

    Het lectoraat Wijkzorg is ingebed in het Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam en mede mogelijk gemaakt door de Stichting Thuiszorg Rotterdam en het Gerard van Kleef Fonds. Het Kenniscentrum Zorginnovatie kent meerdere lectoraten, die op thema's samenwerken. Een van die thema's is 'samenhang in zorg'. Door binnen het kenniscentrum intensief samen te werken met lectoraten als Samenhang in de Ouderenzorg, Verloskunde en Eerstelijnszorg, beoogt het lectoraat Wijkzorg de samenhang in de zorg te verbeteren. De expertise die het lectoraat - samen met studenten, docenten en onderzoekers -heeft opgedaan, wordt niet alleen in de praktijk gebruikt, maar vindt zijn weg ook in de opleidingen van Hogeschool Rotterdam, met name die van het Instituut voor Gezondheidszorg.

    Bestellen

    Lees verder
  • Pedagogiek-als-tweede-natuur

    Pedagogiek als tweede natuur

    Piet Boekhoud en Marja Liefaard|september 2011

    Vrijheid en eigen keuzes maken is de huidige generatie met de paplepel ingegoten. De meeste jongeren zijn dan ook goed in staat hun eigen leven zo in te richten dat het aangenaam is. Keuzes maken voor een beroepsopleiding, nadenken over de toekomst, de eigen schoolloopbaan en daarin weloverwogen stappen nemen, leveren echter meer dan eens problemen op. De uitval in het beroepsonderwijs is dan ook fors. Verloren talenten, die als je het hen zelf vraagt, roepen om structuur, sturing, vertrouwen. Ze vragen om oprechte aandacht van de leraar en dosering van verantwoordelijkheden als het gaat om hun leerproces.

    Het beroepsonderwijs heeft maatregelen genomen om de uitval te bestrijden. Denk aan verzuimprotocollen, strenger toezicht, meer begeleiding en zorg. Onmisbare maatregelen, die vruchten hebben afgeworpen, maar ze bewegen zich bijna alle in de periferie van het onderwijs. De kern is datgene wat er in de klas gebeurt: de pedagogische relatie tussen leraar en leerling. Het pedagogische aspect van het leraarschap is de laatste jaren onderbelicht gebleven. Er lijkt sprake van pedagogische verlegenheid.

    Deze uitgave bevat een pleidooi voor een kwalitatief hoogwaardige pedagogische relatie tussen leraren en leerlingen in het beroepsonderwijs. Indringende citaten en voorbeelden uit de onderwijspraktijk onderstrepen dat een vitale pedagogische relatie onmisbaar is voor de (talent)ontwikkeling en de vorming van jongeren tot (beginnend) beroepsbeoefenaar. Dit vraagt om leraren die het docentschap volledig beheersen: vakkennis, didactische en pedagogische kwaliteiten, die drijven op persoonlijke eigenschappen zoals empathie, bewogenheid, nieuwsgierigheid. Je kunt studeren voor het docentschap, maar pas met de inzet van persoonlijke eigenschappen en de bereidheid hier steeds opnieuw naar te kijken kun je een 'excellente' leraar zijn. 

    Lectoraat Pedagogiek van het beroepsonderwijs
    In het lectoraat Pedagogiek van het beroepsonderwijs werkt lector Piet Boekhoud samen met Marja Liefaard aan de ontwikkeling van een gedachtegoed over de pedagogiek van het beroepsonderwijs. Met het gedachtegoed legt het lectoraat een verbinding tussen de onderwijspraktijk in het (V)MBO en vakscholen, de stage- en leerwerkbedrijven en de lerarenopleidingen. Het lectoraat legt zich toe op creëren van aandacht voor de pedagogiek, het initiëren van het debat, het verzamelen en uitwisselen van illustratieve praktijkvoorbeelden en de theoretische onderbouwing van het gedachtegoed.

    Bestellen

    Lees verder
  • Maatschappij-en-vastgoed-bevrijd-uit-de-Gordiaanse-knoop

    Maatschappij en vastgoed bevrijd uit de Gordiaanse knoop

    Arnoud Vlak|september 2011

    We leven in een tijdsgewricht met een grillige mondiale economie en verschuiving van het geopolitieke en economische zwaartepunt. Oude collectieve arrangementen blijken

    niet bestand tegen maatschappelijke krachten van mondialisering, migratie, vergrijzing en individualisering. Toch verwacht de burger van de 21e eeuw een uitgelezen aanbod van maatschappelijke diensten om het eigen bestaan vorm te kunnen geven. Maar hoe gaan we dat betalen en welke rol speelt vastgoed daarbij?

    Nederland is een spaardersland en gelukkig hebben de vorige generaties bijzonder veel vermogen opgebouwd. Dat is deels vastgelegd in pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en talloze spaarvarianten. Een fors deel zit echter ook opgesloten in voor de realisatie van maatschappelijke doelen gelabeld vastgoed: de enorme voorraad corporatiewoningen en het vastgoed van zorg-, onderwijsinstellingen, lagere overheden en andere maatschappelijke partijen. Tot nog toe zagen deze organisaties dit vastgoed vooral als een middel om maatschappelijke dienstverlening zoals zorg, onderwijs en betaalbaar wonen te borgen. Echter 'stenen zijn niet sociaal', integendeel. Onder invloed van ontwikkelingen als individualisering, versobering van het verzorgingsstaat arrangement en toegenomen marktwerking groeit het besef dat het eenzijdig vastleggen van maatschappelijk gelabeld vermogen in vastgoed wel eens weinig rendement en veel risico's met zich mee kan brengen.

    Het maatschappelijk gelabeld vermogen kan - anders vastgelegd dan nu- jaarlijks miljarden aan rendement opleveren, dat tot in lengte van jaren besteed kan worden aan de maatschappelijke opgaven van nu én straks. Door dit vermogen van het vastgoed te scheiden, het vervolgens stevig maatschappelijk te verankeren en het daarop te behalen rendement democratisch gelegitimeerd te besteden, ontstaat een nieuw perspectief van 21e eeuws rentmeesterschap. Zo wordt voorkomen dat cruciale maatschappelijke functies steeds verder worden uitgehold door volatiel marktdenken of korte termijn bezuinigingsdrift.
    Lectoraat Maatschappelijk Vastgoed In het lectoraat Maatschappelijk Vastgoed werkt mr Arnoud L.M. Vlak samen met docenten, studenten, bedrijven en instellingen aan een nieuwe logica voor de inzet van vastgoed, vermogen en rendement voor de realisatie van maatschappelijke doelstellingen. Deze onderzoeksresultaten worden verwerkt in de onderwijsprogramma's en gedeeld met relevante belanghouders.

    Bestellen

    Lees verder
  • Culturele-diversiteit

    Culturele diversiteit

    Hugo Bongers|juni 2011

    Met het instellen van een lectoraat Cultural Diversity doet Hogeschool Rotterdam een op het eerste gezicht vergaande uitspraak. De hogeschool brengt hiermee tot uitdruk, dat  culturele diversiteit er toe doet, in het bijzonder binnen het kunstvakonderwijs waaraan het lectoraat is gelieerd. Toch is dat niet vanzelfsprekend. Culturele diversiteit als gedachte, als concept, staat momenteel ter discussie. Het doel van deze openbare les is om te formuleren wat culturele diversiteit er binnen de hogeschool in relatie tot de Rotterdamse samenleving toe zou kunnen doen.

    Lectoraat Cultural Diversity
    Hogeschool Rotterdam heeft het lectoraat Cultural Diversity ingesteld om de veelkleurigheid van de Rotterdamse samenleving in een nauwer verband te brengen met het onderwijs in kunst en cultuur.

    Lector Hugo Bongers
    Hugo Bongers is sinds ruim een jaar lector Cultural Diversity bij Hogeschool Rotterdam. De invalshoek van dit lectoraat ligt bij het onderwijs in kunst en cultuur. Het lectoraat is ondergebracht bij het Kenniscentrum Creative Professions. Hugo Bongers is, naast zijn functie als lector, secretaris van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Daarvoor was hij onder andere plaatsvervangend directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam en zakelijk directeur van het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Hij is beleidsmatig en uitvoerend al vier decennia betrokken bij de ontwikkelingen rond diversiteit in de sector kunst en cultuur, met name op het terrein van de visuele cultuur.

    Bestellen

    Lees verder
  • International-Business

    International Business

    Anne van Delft|juni 2011

    Internationalisation is the expansion of a firms operations to foreign
    markets and includes not only import and export but also foreign direct
    investments and international cooperation. Today's globalising economy
    has resulted in a growing number of small and medium enterprises (SMEs)
    undertaking international activities. Internationalisation has been shown
    to be very beneficial for firms. Cross-border activities are an important
    means through which SMEs are able to create value, generate growth and
    access new knowledge and technologies. A strong relation has also been
    found between innovation and internationalisation: innovation may both
    be necessary to enter foreign markets as well as be a consequence of a
    firm's foreign market activities. In addition to value creation at the firmlevel,
    crossborder entrepreneurship is assumed to create wealth at an
    economy wide level. With so many evident benefits to internationalisation,
    why don't more SMEs internationalise?

    In her inaugural lecture Anne van Delft will illustrate the importance of "cooperation within networks" in international business. In today's "network economy" it is important for firms to leverage their networks. Managing the interplay between networks and knowledge will be one of the key challenges for the 21st century. Cooperation with other firms is especially important for SMEs because it allows firms to utilise their limited resources in the most efficient way. Some of the sectors in the Rotterdam region are world leaders but nevertheless their main competitor might soon come from an emerging market rather than form within the regional cluster. The benefits of cooperation and knowledge sharing should therefore be exploited fully by SMEs in the Rotterdam region as global competition increases.

     

    Bestellen

    Lees verder
  • Gesprekken-met-docent-onderzoekers

    Gesprekken met docent-onderzoekers

    Sandra Storm-Spuijbroek en Daphne Hijzen|april 2011

    In deze tweede Inspiratiebundel zijn onder redactie van Sandra Storm-Spuijbroek en Daphne Hijzen acht gesprekken met docent-onderzoekers gebundeld over professionalisering en curriculumvernieuwing. Professionalisering en curriculumvernieuwing vormen de belangrijkste redenen waarom lectoraten bijna tien jaar geleden in het hoger beroepsonderwijs zijn ingevoerd. Reden genoeg voor docent-onderzoekers om met elkaar in gesprek te gaan over de manier waarop het doen van onderzoek hun eigen onderwijs heeft versterkt. In de gesprekken wordt teruggeblikt op de succesfactoren waarmee docent-onderzoekers hun eigen en andermans professionalisering hebben bevorderd en hoe daarbij een curriculumonderdeel is vernieuwd. Er wordt ook vooruitgeblikt: Wat is er straks allemaal nog meer mogelijk als docent-onderzoekers in kenniscentra toegang krijgen tot veel meer gelijkgestemde collega's? Welke professionaliseringsmogelijkheden zijn er wanneer ook docenten van andere onderwijsinstituten gaan meedoen?

    In deze uitgave staan de verhalen van acht docent-onderzoekers: Ada ter Maten-Speksnijder, Arie de Wild, Arthur van der Molen, Hannah Frederiks, Hanny Groenewoud, Margriet Clement, Netta van 't Leven en Nico van Hal. Verder werkten aan deze bundel mee: Ilse van den Donker, Josephine Lappia, Karen Smits en Willemijn Lofvers. Acht andere verhalen zijn digitaal gepubliceerd.

    Bestellen

    Lees verder
  • Taalonderwijs,-Amos-van-Gelderen-&-Erik-van-Schooten

    Taalonderwijs

    Amos van Gelderen & Erik van Schooten|maart 2011

    De taalverwerving op scholen is in verregaande mate verkaveld over verschillende vakgebieden, (deel)vakken, doeltalen en deelcursussen. Bovendien is deze verkaveling verschillend per schoolsoort. Zo is er in het basisonderwijs sprake van allerlei verschillende meer of minder cursorische aspecten van het taalonderwijs Nederlands (naast een beetje Engels). Om de belangrijkste te noemen: beginnende geletterdheid, aanvankelijk lezen, voortgezet technisch lezen, leesbevordering, begrijpend lezen, spreken, luisteren, schrijven (ook wel stellen genoemd), handschrift, grammatica (ook wel taalbeschouwing genoemd), spelling en woordenschat.
    In datzelfde basisonderwijs is het Nederlands tegelijkertijd ook de voertaal en de instructietaal voor alle overige vakken. Taalverwerving stopt niet bij de taalles, maar vindt gelukkig ook plaats tijdens het gebruik van de taal in de alledaagse communicatie en bij het leren van vakinhouden.

    In deze uitgave schetsen twee lectoren, elk vanuit hun eigen invalshoek, hoe zij zich een vruchtbare ontkaveling van het taalonderwijs voorstellen, waardoor taalverwerving en taalonderwijs -als de belangrijkste doelgerichte vorm van taalontwikkeling- beter samengaan dan momenteel op Nederlandse scholen het geval is

    Bestellen

    Lees verder
  • Logische-Verbindingen

    Logische Verbindingen

    Frits Blessing|november 2010

    Uitgave ter gelegenheid van het afscheid van Frits Blessing en geeft een overzicht van de activiteiten die in de periode 2002-2010 zijn ontwikkeld, maar kijkt ook vooruit naar de toekomst. Naast Frits Blessing komen ook de docent-onderzoekers van het lectoraat Logistics van Hogeschool Rotterdam aan het woord die doorgaan met de ontwikkelde programma's. Ook wordt de 'kenniswybert' geïntroduceerd die door het lectoraat met de logistieke opleidingen van de hogeschool is ontwikkeld en handvatten geeft voor een structurele samenwerking tussen lectoraten en opleidingen.

    Bestellen

    Lees verder
  • Rotterdam-Carrièrestad

    Rotterdam Carrièrestad

    Peter Ester|september 2010

    Rotterdam kent een aantal nijpende arbeidsmarktvraagstukken. Daaronder de dubbele taak om meer hoger opgeleiden aan zich te binden en snellere doorstroming op de arbeidsmarkt te realiseren. Nu keert (te) veel hoger opleid talent na de studie Rotterdam de rug toe. Meer doorstroming schept betere kansen voor laag opgeleid talent. Lukt deze dubbele taakstelling niet dan dreigen forse problemen: brain drain, gebrek aan innovatie, stagnatie en non-participatie.

    Met het arbeidsmarktmodel Rotterdam Carrièrestad ontstaat een klassieke win-winsituatie: werkgevers halen nieuw talent binnen, jonge werknemers hebben een aanlokkelijk loopbaanperspectief en Rotterdam behoudt talent voor de stad. Er komt weer trek op de arbeidsmarkt waardoor ook lager opgeleiden een kans krijgen.

    Bestellen

    Lees verder
  • Iedereen-leeft-hier

    Iedereen leeft hier

    Kees Machielse|juni 2010

    Als er één onderwerp is waarover iedereen wel een mening en beleving bij heeft dan is het zijn of haar leefomgeving. Toch maakt maar een beperkte groep mensen gebruik van inspraakmogelijkheden en een nog kleinere groep ontwikkelt zelf ideeën en plannen om die leefomgeving aantrekkelijker te maken. Het huidige inspraaksysteem nodigt hiervoor onvoldoende uit. Gelijktijdig zijn mensen de laatste jaren veel mondiger geworden en vinden ze dat er wel naar hun mening geluisterd moet worden. Sociale media, zoals Twitter, Hyves of Facebook worden steeds vaker gebruikt om zich te uiten. De sociale media maakt het mogelijk ook buiten formele inspraakprocedures meningen, ideeën of klachten te uiten en daar medestanders voor te vinden.Duurzame stedelijke ontwikkeling vraagt om meer betrokkenheid en participatie. Bestaande inspraakprocedures zullen aangepast moeten worden aan de mogelijkheden van deze tijd. Misschien is door het gebruik van sociale media wel een veel fundamentelere verandering wenselijk, waarin een begrip als zelforganisatie veel meer centraal staat

    Bestellen

    Lees verder
  • Acht gesprekken met lectoren over kenniscreatie en kenniscirculatie

    Acht gesprekken met lectoren over kenniscreatie en kenniscirculatie

    Josephine Lappia en Jittie Brandsma|april 2010

    In deze Inspiratiebundel zijn onder redactie van Josephine Lappia en Jittie Brandsma acht gesprekken met lectoren over kenniscreatie en kenniscirculatie bij elkaar gebracht. Kenniscreatie en kenniscirculatie vormen twee belangrijke doelstellingen van lectoraten. In de gesprekken wordt teruggeblikt op de succesfactoren waarmee lectoren kenniscreatie en kenniscirculatie tot nu toe hebben gestimuleerd. Er wordt vooruitgeblikt: Hoe kunnen kenniskringen in gebundelde vorm als kenniscentra nog beter inspelen op de kansen die voor de Hogeschool Rotterdam voor het oprapen liggen?

    De lectoren die meewerkten aan deze Inspiratiebundel zijn: Frits Blessing, Sunil Choenni, Florian Cramer, Chris Kuiper, Kees Machielse, Frank Rieck, Frans Spierings en AnneLoes van Staa.

    Bestellen

    Lees verder
  • Analyse-welzijn-subsidieverordeningen-G4

    Analyse welzijn subsidieverordeningen G4

    Anno van der Borg en Ilse van den Donker|april 2010

    Zelfredzaamheid en participatie zijn belangrijke doelstellingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die op 1 januari 2007 van kracht is geworden in Nederland. Deze wet brengt veel bestuurlijke veranderingen met zich mee. De wet zorgt voor een verdere decentralisering van bevoegdheden in het welzijnsbeleid. Zo geeft de wet gemeenten meer bevoegdheden om regie te voeren en een integrale en sluitende keten van activiteiten voor cliënten te realiseren, zodat alle burgers kunnen meedoen in de samenleving. Tijd om te evalueren  waar de gemeenten op dit moment staan. In dit onderzoek staat centraal hoe de welzijnsinstellingen in de vier grote steden worden aangestuurd, hoe deze vorm van sturing zich verhoudt tot de Wmo en wat hiervan geleerd kan worden.

    Bestellen

    Lees verder
  • Gewikt-&-Gewogen

    Gewikt & Gewogen

    Josephine Lappia|april 2009

    Gewikt & Gewogen, Twee Casestudies naar Kwaliteit van Leerwerkarrangementen is het resultaat van een onderzoeksstudie naar twee leerwerkarrangementen: Leren Bouwen en Opleiden in de School. Met leerwerkarrangement wordt bedoeld: een 'gearrangeerde' leerweg rondom een praktijkvraag in een authentieke werkomgeving waarin een groep studenten alle voor de beroepsuitoefening typerende werkprocessen uitvoert en verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan, met als doel het beroep te leren. De werkgever is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werk en de hogeschool is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs dat in de werkomgeving wordt verzorgd.

    De eisen, randvoorwaarden en kaders waarbinnen de leerwerkarrangementen worden ontwikkeld, zijn beschreven. De casestudies laten zien welke factoren van invloed zijn op de kwaliteit van leerwerkarrangementen en het werkgerelateerde leren door studenten. De onderzoeksstudie maakt onderdeel uit van een vierjarig promotieonderzoek naar leerwerkarrangementen.

    Bestellen

    Lees verder